Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2012:BW4024

Rechtbank 's-Gravenhage · 27-03-2012 · zaaknummer 12/8299 & 12/8297

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Ten onrechte in het terugkeerbesluit een termijn voor vrijwillige vertrek onthouden. Derhalve volgt dat het besluit voor vernietiging in aanmerking komt voor zover in het kader van de terugkeerverplichting bepaald is dat verzoeker Nederland onmiddellijk dient te verlaten en voor zover het betreft het opgelegde inreisverbod. Beroep gegrond. De voorzieningenrechter ziet aanleiding om zelf in de zaak te voorzien en stelt een termijn voor vrijwillige vertrek vast van vier weken. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter kan verzoeker worden gevolgd in zijn stelling dat verweerder in het terugkeerbesluit hem ten onrechte een termijn voor vrijwillig vertrek heeft onthouden. Redengevend hiervoor is het volgende. Allereerst stelt de voorzieningenrechter vast dat verweerder ter zitting heeft verklaard verzoeker de omstandigheid dat hij geen vaste woon- of verblijfplaats heeft, niet langer tegenwerpt. Voorts stelt de voorzieningenrechter vast dat in het bestreden besluit is overwogen, zoals ook door verweerder is bevestigd ter zitting, dat verzoeker de omstandigheden als bedoeld in artikel 31, tweede lid, onder f, Vw ten onrechte zijn tegengeworpen in het kader van de beoordeling van zijn asielrelaas. Gelet daarop valt, anders dan verweerder ter zitting heeft betoogd, niet in te zien dat deze omstandigheden verzoeker evenwel kunnen worden tegengeworpen in het kader van de beoordeling of sprake is van het onttrekken aan het toezicht als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, Vb juncto artikel 5.1b, Vb. In het licht van het vorenstaande concludeert de voorzieningenrechter dat er nog slechts één omstandigheid, te weten het niet over voldoende middelen van bestaan beschikken, ten grondslag ligt aan het bepalen van het risico dat verzoeker zich aan het toezicht zal onttrekken. Reeds hierop bestond, gelet op het bepaalde in artikel 5.1b, tweede lid, Vb, onvoldoende grond voor verweerder om aan te nemen dat sprake is van risico op onderduiken en als gevolg daarvan te bepalen dat verzoeker onmiddellijk Nederland dient te verlaten en tevens om aan verzoeker een inreisverbod op te leggen op grond van artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder a Vw.

Advocaten

  • J. de Jong
  • P.P. Zweedijk

Partijen

  • [verzoeker]

    verzoeker · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.