Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2012:BW3504

Rechtbank 's-Gravenhage · 03-04-2012 · zaaknummer AWB 12/8864

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter stelt vast dat door verweerder naar aanleiding van de door verzoeker gestelde bekering tot het christendom, anders dan hij gewoonlijk pleegt te doen, geen kennisvragen zijn gesteld. Verweerder heeft in het afwijzende besluit op de tweede asielaanvraag van 24 juni 2011 het standpunt ingenomen dat daartoe geen aanleiding bestaat omdat verzoeker over zijn gestelde bekering direct bij het gehoor naar aanleiding van zijn aanvraag had moeten verklaren. Verweerder heeft de gestelde bekering reeds daarom ongeloofwaardig geacht. Dat voormeld besluit onherroepelijk is geworden, laat onverlet dat verweerders standpunt met betrekking tot de geloofwaardigheid van de gestelde bekering tot het christendom niet berust op een inhoudelijke beoordeling van de geloofwaardigheid maar op de door verweerder ingeroepen procedureregel dat verzoeker hierover eerder had kunnen en derhalve had moeten verklaren. Een inhoudelijke beoordeling van de door verzoeker gestelde bekering heeft derhalve tot op heden niet plaatsgevonden. Binnen het hiervoor geschetste kader inzake Bahaddar ziet de voorzieningenrechter zich gesteld voor de vraag of verzoeker in staat moet worden gesteld de geloofwaardigheid van zijn bekering alsnog aannemelijk te maken. Mede gelet op de in 2.11 genoemde verklaring van de dominee valt voorshands niet in te zien dat, indien de authenticiteit van de doopakte wordt aangetoond, niet van de geloofwaardigheid van de gestelde bekering moet worden uitgegaan. Gelet op de hierna opgenomen overwegingen van de uitspraak van deze Rb. en nevenzittingsplaats van 1 maart 2012 en de daarin genoemde notitie van Vluchtelingenwerk van november 2011, die dateren van na de uitspraak in de vorige procedure van 14 oktober 2011, moet voorshands worden aangenomen dat, indien wordt uitgegaan van de geloofwaardigheid van de bekering, sprake is van bijzondere, op de individuele zaak betrekking hebbende omstandigheden die zodanig zwaarwegend zijn dat, om schending van art. 3 EVRM te voorkomen, noodzaak bestaat om het uit art. 4:6 Awb en het ne bis in idem- beginsel volgende toetsingskader terzijde te schuiven. (…).De voorzieningenrechter sluit zich aan bij de hiervoor weergegeven overwegingen van de uitspraak van deze Rb. en nevenzittingsplaats van 1 maart 2012 (LJN: BV8668). Hieruit en uit de in die uitspraak genoemde notitie van Vluchtelingenwerk met bijlagen van november 2011, waarop ook door verzoeker een beroep is gedaan, vloeit voort dat voor verzoeker mogelijk sprake is van vrees voor vervolging waarmee voorts mogelijk sprake is dat tot het christendom bekeerde vreemdelingen van Iraanse afkomst, waartoe verzoeker mogelijk behoort, een reëel risico lopen in de zin van art. 3 EVRM. Gelet daarop, mede in aanmerking genomen de omstandigheid dat verweerder de gestelde bekering tot op heden niet inhoudelijk heeft beoordeeld, moet verzoeker in de gelegenheid worden gesteld de authenticiteit van de doopakte aan te tonen. In dit verband verwijst de voorzieningenrechter naar de uitspraak van de Afdeling van 14 januari 2011 (LJN: BP1922). De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat verzoeker daartoe in staat is binnen een termijn van drie maanden. Verweerder zal vervolgens in de gelegenheid worden gesteld hierop te reageren en kan daarbij aangeven of aanleiding bestaat voor handhaving, wijziging of intrekking van het bestreden besluit. Vovo toegewezen.

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.