ECLI:NL:RBSGR:2012:BW2715
Rechtbank 's-Gravenhage · 13-03-2012 · zaaknummer AWB 09/39458
Inhoudsindicatie
In een geval als hier aan de orde, waarin de procedure over toelating samenloopt met een uitleveringsprocedure, prevaleert de Uitleveringswet als bijzondere regeling boven de Vw 2000. De vraag of tot uitzetting kan worden overgegaan lost zich dan op in de beslissing over de uitlevering. De Rb. verwijst naar de uitspraak van de ABRS van 23 juli 2004 (LJN: AQ5615). In dit geval is de procedure over de uitlevering inmiddels geëindigd en is bij beschikking van 14 juli 2011 besloten de uitlevering toe te staan. In die beschikking heeft de minister van Veiligheid en Justitie uitgebreid gemotiveerd dat eisers uitlevering naar de Verenigde Staten niet zal leiden tot een door art. 3 van het EVRM verboden behandeling. Tegen deze beschikking zijn verder geen rechtsmiddelen aangewend. Gelet hierop heeft eiser dan ook geen rechtens te respecteren belang bij een toetsing van het besluit tot afwijzing van zijn aanvraag op dit onderdeel. Ook de beoordeling van de vraag of eiser een risico loopt om na afloop van zijn strafzaak door de Amerikaanse autoriteiten uitgezet te worden naar Somalië dient, gelet op de genoemde uitspraak van de Afdeling, in het kader van de uitleveringsprocedure plaats te vinden. Op dat onderdeel is dan ook geen procesbelang (meer) aanwezig van de kant van eiser. Bovendien is op dit moment in het geheel niet duidelijk wat de uitkomst zal zijn van eisers strafrechtelijke procedure in de Verenigde Staten en dus evenmin welke gevolgen dit zal hebben voor eiser. In ieder geval is in deze procedure onvoldoende aannemelijk gemaakt dat eiser, of hij nu wel of niet veroordeeld wordt, door de Amerikaanse autoriteiten zal worden uitgezet naar Somalië. Eiser heeft er weliswaar in algemene zin op gewezen dat gelet op de “Patriot Act” niet kan worden uitgesloten dat eiser zal worden uitgezet, maar hij heeft niet nader onderbouwd dat dit risico in dit concrete geval aanwezig is. De Rb. acht in dit verband van belang dat de Amerikaanse autoriteiten blijkens een zich in het dossier bevindende brief van het US Department of Justice hebben toegezegd dat zij de Nederlandse autoriteiten ervan op de hoogte zullen stellen indien het voornemen zou ontstaan om eiser naar Somalië uit te zetten. Mocht deze situatie zich voordoen, dan zal eiser - voor zover op dat ogenblik nog gewenst - alsnog een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in art. 28 Vw 2000 kunnen indienen, waarop verweerder dan zal dienen te beslissen.
Advocaten
- B. Stapert
- G.M.H. Hoogvliet
- P.J. Schüller
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
