Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2012:BW2427

Rechtbank 's-Gravenhage · 22-02-2012 · zaaknummer AWB 11/27458 BEPTDN en AWB 11/38861 BEPTDN

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) afgewezen omdat verzoeker niet beschikt over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv), niet één van de vrijstellingsgronden van artikel 17 van de Vw 2000 of artikel 3.71, tweede lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000) van toepassing is en er voorts geen gronden zijn toepassing te geven aan artikel 3.71, vierde lid, van het Vb 2000 (de hardheidsclausule). In geschil is of uitzetting in strijd is met artikel 8 van het EVRM, dan wel dat verweerder in redelijkheid had moeten oordelen dat het tegenwerpen van het mvv-vereiste zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Voor zover verzoeker heeft betoogd dat hem in verband met zijn familie- en gezinsleven met de kinderen vrijstelling van het mvv-vereiste moet worden verleend, volgt de voorzieningenrechter verweerder in zijn standpunt dat het bestaan van een familierechtelijke relatie van verzoeker en de kinderen niet aannemelijk is gemaakt. Voor zover sprake is van familie- en gezinsleven tussen verzoeker en zijn partner overweegt de voorzieningenrechter dat verweerder in het bestreden besluit de vereiste, op de zaak toegespitste, belangenafweging heeft gemaakt, en voldoende heeft gemotiveerd waarom de weigering van vrijstelling van het mvv-vereiste in dit geval niet in strijd is met het bepaalde in artikel 8 EVRM. Verweerder heeft hierbij in redelijkheid in aanmerking kunnen nemen dat verzoeker en zijn partner wisten of redelijkerwijs hadden kunnen weten bij vorming van het gezinsleven in Nederland dat het verblijf van verzoeker onrechtmatig was. Geen grond voor het oordeel dat verweerder zich niet in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat geen aanleiding bestaat om in dit geval de hardheidsclausule toe te passen. Het beroep van verzoeker op de onder rechtsoverweging 3 genoemde uitspraken kan naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet tot een ander oordeel leiden, reeds omdat de familierechtelijke relatie tussen verzoeker en beide kinderen niet aannemelijk is gemaakt.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [verzoeker]

    verzoeker · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.