Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2012:BW1265

Rechtbank 's-Gravenhage · 16-03-2012 · zaaknummer AWB 12/4372, AWB 12/4375, AWB 12/4371, AWB 12/4374

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

AA, meeromvattende beschikking, eerder inreisverbod gegeven met een andere termijn dan welke is gekoppeld aan het inreisverbod in de bestreden beschikking, beroep gegrond. Separaat beroep tegen de bestreden beschikking voor zover dit het inreisverbod betreft, niet-ontvankelijk verklaard. Separaat beroep tegen het inreisverbod: De voorzieningenrechter stelt vast dat het inreisverbod op grond van artikel 45, achtste lid, van de Vw 2000 onderdeel uitmaakt van de meeromvattende (bestreden) beschikking. Tegen deze beschikking is beroep ingesteld onder nummer AWB 12/4371, in welk beroep ook gronden zijn aangevoerd tegen het inreisverbod. Dit betekent naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat het beroep onder nummer AWB 12/4374 niet ontvankelijk is. Beroep tegen de meeromvattende beschikking voor zover dit het inreisverbod betreft: De voorzieningenrechter acht van belang dat bij een eerder besluit een inreisverbod voor de duur van één jaar is opgelegd. In het bestreden besluit is daarentegen een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd. Dit betekent dat het tweede inreis¬verbod een ander rechtsgevolg heeft dan het eerste inreisverbod. Gelet daarop acht de voorzieningenrechter het beroep, ook voor zover zich dat richt tegen het inreisverbod, ontvankelijk. In het bestreden besluit zijn zes omstandigheden zijn aangekruist op grond waarvan kan worden aangenomen dat het risico bestaat dat verzoeker zich aan het toezicht zal onttrekken. Vanwege die omstandigheden is aan verzoeker geen termijn voor vrijwillig vertrek verleend en is een inreisverbod opgelegd voor de duur van één jaar. In het voornemen, dat deel uitmaakt van het bestreden besluit, is daarentegen op grond van slechts drie van die omstandigheden en één andere omstandigheid overwogen dat een inreisverbod van twee jaar moet worden opgelegd. Verweerder heeft aldus onvoldoende gemotiveerd waarom een inreisverbod met een twee keer zo lange duur wordt opgelegd, terwijl daaraan minder omstandigheden ten grond¬slag liggen dan in het eerdere terugkeerbesluit. Dit klemt te meer, nu de termijn van twee jaar volgens artikel 6.5a, eerste lid, van het Vb 2000 de maximale termijn is en verweerder naar het oordeel van de voorzieningenrechter inzichtelijk dient te maken waarom, met afweging van de individuele omstandigheden, de maximale termijn wordt opgelegd.

Advocaten

Partijen

  • [verzoeker]

    verzoeker · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.