ECLI:NL:RBSGR:2012:BW0486
Rechtbank 's-Gravenhage · 30-03-2012 · zaaknummer Awb 12/5250
Inhoudsindicatie
Verweerder heeft kunnen verwijzen naar het ten aanzien van eiser opgestelde reclasseringsadvies van 31 januari 2011, waarin staat dat het recidivegevaar wordt ingeschat als hoog gemiddeld. Hoewel eiser kan worden nagegeven dat hij nog geen kans heeft gehad om in vrijheid zijn gestelde positieve gedragsverandering te laten zien, stelt verweerder zich terecht op het standpunt dat dit voor rekening en risico van eiser dient te komen. Verweerder stelt voorts terecht dat eiser geen stukken heeft overgelegd waaruit die positieve gedragsverandering blijkt. Verweerder heft tot de conclusie kunnen komen dat de gedragingen van eiser een actuele, werkelijke en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormen. Eisers stelling dat sprake is van tegenstrijdig overheidsbeleid volgt de rechtbank niet. Ten tijde van de strafrechtelijke veroordeling van eiser was zijn verblijfsrecht onomstreden. De strafrechter heeft daarom terecht als uitgangspunt genomen dat eiser na het volbrengen van zijn gevangenisstraf zou terugkeren in de Nederlandse maatschappij en daartoe passende maatregelen getroffen. De opgelegde bijzondere voorwaarde van verplichte behandeling van zijn verslaving is een verplichting voor eiser en geen recht. Om die reden staat de bijzondere voorwaarde niet aan verblijfsbeëindiging en ongewenstverklaring in de weg. Voorts heeft de gemachtigde van verweerder ter zitting aangegeven dat de officier van Justitie heeft verklaard dat hij om opheffing van de bijzondere voorwaarde zal verzoeken indien eiser wordt uitgezet. Er zal zich derhalve naar verwachting geen situatie voordoen waarin eiser wel wil voldoen aan de bijzondere voorwaarde maar dit niet kan, hetgeen vervolgens zal leiden tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijke deel van de gevangenisstraf op het moment dat eiser terugkeert naar Nederland. Gelet op het voorgaande bestaat geen grond voor het oordeel dat met het besluit van verweerder tot verblijfsbeëindiging en ongewenstverklaring van eiser afbreuk wordt gedaan aan het nuttig effect van de Verblijfsrichtlijn. Er is geen sprake van strijd is met het recht op privéleven als eiser door verweerder wordt uitgezet, alvorens hij een positieve gedragsverandering kan laten zien, door aan de door de strafrechter opgelegde bijzondere voorwaarde te voldoen. In de zaak die heeft geleid tot het Ciliz-arrest werd de vreemdeling in een onmogelijke positie gebracht, hetgeen leidde tot het aannemen van een schending van artikel 8 van het EVRM. Van een dergelijke onmogelijke positie is in het geval van eiser geen sprake. De artikelen 8:41, eerste lid, en 8:82, eerste lid, van de Awb bieden geen mogelijkheid voor restitutie van het betaalde griffierecht. De indiener van een beroep- of verzoekschrift krijgt immers slechts in bepaalde gevallen - die verband houden met gegrondverklaring van het beroep of toewijzing van het verzoek, dan wel tegemoetkoming aan het bezwaar of beroep door het bestuursorgaan - het door hem betaalde griffierecht terug. Van geen van deze gevallen is sprake. Evenmin ziet de rechtbank aanleiding om op grond van artikel 8:74, tweede lid, van de Awb te bepalen dat het bestuursorgaan het door eiser betaalde griffierecht vergoedt. Eisers beroep op de uitspraak van de Afdeling van 4 juli 2011 (LJN: BR1257) slaagt niet. Immers, in die zaak was het griffierecht voor beroep en hoger beroep niet voldaan, en was het beroep niet-ontvankelijk verklaard, en heeft de Afdeling geoordeeld dat de verplichting tot het betalen van het griffierecht in beide procedures een wezenlijke inbreuk maakte op het recht op toegang tot de rechter. Een inbreuk op dit recht is hier evenwel niet aan de orde, nu de gemachtigde van eiser het griffierecht heeft voorgeschoten en het beroep en het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening ontvankelijk zijn. Het verzoek om vrijstelling dan wel restitutie wordt derhalve afgewezen.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
