ECLI:NL:RBSGR:2012:BV9972
Rechtbank 's-Gravenhage · 22-03-2012 · zaaknummer AWB 12/7462
Inhoudsindicatie
Bewaring, eerste beroep, artikel 59, eerste en tweede lid, Vw 2000, Dublin-claimant, implementatie Terugkeerrichtlijn, artikel 5.1a, tweede lid, Vb 2000. Samenvatting: Namens eiser (Dublin-claimant) is aangevoerd dat de inbewaringstelling van aanvang af onrechtmatig is geweest omdat de door verweerder aan de bewaring ten grondslaggelegde grond (te weten: dat de voor terugkeer noodzakelijke bescheiden voorhanden zijn, dan wel binnen korte termijn voorhanden zullen zijn) zonder nadere toelichting niet valt te scharen onder de in artikel 15 lid 1 van de Terugkeerrichtlijn limitatief opgesomde bewaringsgronden, zijnde risico op onderduiken of ontwijken of belemmeren van de terugkeer. Eiser verwijst in dit verband naar de uitspraak van de Afdeling bestuurs¬rechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 15 december 2011 (LJN: BU8617). Nu de Terugkeerrichtlijn met ingang van 31 december 2011 is geïmplementeerd in de Nederlandse wetgeving, is er naar het oordeel van de rechtbank geen ruimte meer voor rechtstreekse werking van de bepalingen van deze richtlijn. Dat zou slechts anders kunnen zijn indien sprake is van onvolledige of onjuiste implementatie. In (onder meer) de uitspraak van 13 juli 2011 (LJN: BR2122) heeft de Afdeling geconcludeerd dat uit de bewoordingen van artikel 3, derde lid van de Terugkeerrichtlijn, mede gelet op punt 7 van de considerans, volgt dat alleen sprake is van terugkeer in de zin van de richtlijn indien een vreemdeling, vrijwillig of gedwongen, terugkeert naar een land dat geen lid is van de Europese Unie. Dat betekent dat de Terugkeerrichtlijn niet van toepassing is op Dublin-claimanten. In de door eiser aangehaalde uitspraak heeft de Afdeling aangekondigd de uit de richtlijn voortvloeiende vereisten waaraan de bewaring moet voldoen voor wat betreft de toetsing van de gronden en van de vraag of met een lichter middel dan bewaring kan worden volstaan, naar analogie toe te zullen passen in gevallen waarop de richtlijn niet ziet, behoudens voor zover het bij of krachtens de Vw 2000 bepaalde zich daartegen verzet, met uitzondering van het vereiste dat een terugkeerbesluit is genomen. De Afdeling zal dit toepassen in zaken waarop de richtlijn niet van toepassing is en de maatregel van bewaring is opgelegd op of na 1 februari 2012. Anders dan door eiser is betoogd, volgt naar het oordeel van de rechtbank uit deze uitspraak niet dat de Terugkeerrichtlijn van toepassing is op gevallen waarop de richtlijn blijkens de eigen bewoordingen niet van toepassing is, maar slechts dat de Afdeling voor wat betreft de toetsing van de gronden en het lichter middel geen onderscheid (meer) zal maken tussen gevallen waarop de Terugkeerrichtlijn wel van toepassing is en gevallen waarop deze niet van toepassing is. Een en ander betekent naar het oordeel van de rechtbank geenszins dat bewaring van Dublin-claimanten op de grond dat documenten voorhanden zijn danwel binnen korte tijd voorhanden zullen zijn, als bedoeld in het tweede lid van artikel 59 Vw 2000, niet langer tot de mogelijkheden behoort. Het systeem van vreemdelingenbewaring in de Nederlandse wetgeving ziet er als volgt uit. Op grond van artikel 59 Vw 2000 is bewaring om redenen van openbare orde toegestaan. In artikel 5.1a van het Vb 2000 is dit nader uitgewerkt. Het eerste lid van dat artikel ziet op de inbewaringstelling van vreemdelingen die moeten terugkeren naar een derde land. Het tweede lid van artikel 5.1a Vb 2000 ziet op de inbewaringstelling van vreemdelingen die worden overgedragen aan een ander land binnen de Europese Unie. In beide gevallen zal de Afdeling op dezelfde wijze toetsen of de inbewaringstelling in het licht van alle mee te wegen belangen gerechtvaardigd is, en of met de toepassing van een minder dwingende maatregel had kunnen worden volstaan. De rechtbank is van oordeel dat dit wettelijke systeem niet in strijd is met de bepalingen van de Terugkeerrichtlijn. Uit de omstandigheid dat in de Nederlandse wetgeving de mogelijkheid is neergelegd om vreemdelingenbewaring ook toe te passen in bepaalde, duidelijk omschreven gevallen waarop de Terugkeerrichtlijn niet van toepassing is, maakt immers nog niet dat die richtlijn onvolledig of onjuist is geïmplementeerd. De rechtbank ziet steun voor deze opvatting in het voorbehoud dat de Afdeling in meer¬genoemde uitspraak maakt ten aanzien van de aangekondigde werkwijze, blijkend uit de zinsnede ‘behoudens voor zover het bij of krachtens de Vw 2000 bepaalde zich daartegen verzet’.
Rechters
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
