Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2012:BV9414

Rechtbank 's-Gravenhage · 13-03-2012 · zaaknummer 11/36394

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Verzoeker heeft bij de aanvraag een gemotiveerd beroep gedaan op artikel 13 van Besluit nr. 1/80 en het arrest van het Hof van Justitie van 24 januari 2008 (LJN: BC5728, Payir e.a.). Verweerder is hier in het besluit niet op ingegaan. Verzoeker heeft betoogd dat uit het Payir-arrest volgt dat de omstandigheid dat een Turks staatsburger is toegelaten als au pair niet betekent dat hij niet de hoedanigheid van werknemer bezit en niet tot de legale arbeidmarkt van de lidstaat behoort. Voorts heeft de gemachtigde van verweerder ter zitting verklaard dat, afgezien van het mvv-vereiste, verzoeker aan alle voorwaarden voor verlening van een verblijfsvergunning onder de beperking “verblijf als au pair” voldoet. Uit de uitspraak van de Afdeling van 6 maart 2008 (LJN: BC6595) volgt dat het aan de vreemdeling tegenwerpen van het mvv-vereiste, zonder onderzoek naar de vraag of overigens aan de vereisten voor verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd wordt voldaan in strijd is met artikel 41, eerste lid, van het Aanvullend Protocol. Naar vaste jurisprudentie van het Hof is jurisprudentie die ziet op die standstillbepaling eveneens van toepassing op de standstillbepaling van artikel 13 van Besluit nr. 1/80. Gezien de aanvraag, de arresten van het Hof van 29 april 2010 (Europese Commissie tegen Nederland, LJN: BM3843), 17 september 2009 (LJN: BJ8590, Sahin) en het Payir-arrest - in onderlinge samenhang bezien - alsmede de uitspraak van de Afdeling van 6 maart 2008, kon verweerder in het besluit niet volstaan met de standaardoverweging dat het mvv-vereiste op verzoeker van kracht blijft. De voorzieningenrechter is voorshands van oordeel dat het besluit kennelijk onrechtmatig is. Voorts leent deze zaak zich naar het oordeel van de voorzieningenrechter voor een hoorzitting en nader onderzoek door verweerder naar de rechten die verzoeker zou kunnen ontlenen aan artikel 13 van Besluit nr. 1/80. De gemachtigde van verweerder heeft ter zitting echter aangegeven dat verzoeker niet op zijn bezwaar zal worden gehoord en verzocht om toepassing van artikel 78 van de Vw 2000. De voorzieningenrechter leidt hieruit af dat sprake zal zijn van schending van de hoorplicht van artikel 7:2 van de Awb.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [verzoeker]

    verzoeker · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.