ECLI:NL:RBSGR:2012:BV8692
Rechtbank 's-Gravenhage · 16-02-2012 · zaaknummer AWB 11 / 41090
Inhoudsindicatie
Beleidsmatige opheffing Kale illegaal. Verweerder heeft toegelicht, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 november 2011 (LJN: BU4110), dat de bewaring van eiser is opgeheven vanwege beleidsmatige redenen. Verweerder was in het geval van eiser van mening dat aan eiser een vertrektermijn had moeten worden gegeven. Verweerder heeft vervolgens betoogd dat er sprake was van een ambtelijke misslag, in die zin dat de bewaring van eiser niet opgeheven had moeten worden, omdat eiser geen rechtsmiddelen had aangewend tegen het hem opgelegde terugkeerbesluit waarin hem geen vertrektermijn was gegeven. De rechtbank is van oordeel dat niet evident is dat de beslissing van verweerder berust op een ambtelijke misslag. Verweerder heeft niet bestreden dat er, voordat de bewaring van eiser werd opgeheven, al eerder bewaringen van vreemdelingen waren opgeheven die zich in dezelfde positie bevonden als eiser. Hen was eveneens ten onrechte geen vertrektermijn verleend en zij hadden tegen het hierop ziende terugkeerbesluit eveneens geen rechtsmiddelen aangewend. De beslissing van verweerder om de bewaring van vreemdelingen in de positie van eiser op te heffen is naar het oordeel van de rechtbank ook niet kennelijk onjuist. Integendeel, een vreemdeling die in bewaring is gesteld, terwijl hem een vertrektermijn had moeten worden gegeven, bevindt zich in een onrechtmatige situatie. Die situatie wijzigt niet door het al dan niet aanwenden van rechtsmiddelen en verweerder heeft het aanwenden van deze rechtsmiddelen niet nodig om een dergelijke onrechtmatige situatie te beëindigen door het opheffen van de bewaring. Dat het opheffen van de bewaring van eiser zou berusten op een ambtelijke misslag volgt de rechtbank dan ook niet. De rechtbank gaat er vanuit dat verweerder de bewaring heeft opgeheven, omdat eiser een vertrektermijn had moeten krijgen en dat de bewaring gegeven deze vaststelling van meet af aan onrechtmatig was. De rechtbank kan echter voor wat betreft de periode waarover het schadeverzoek kan worden toegewezen niet verder terug gaan dan de datum van de laatste uitspraak op 8 december 2011. Eiser wordt derhalve in casu schadevergoeding toegekend gerekend vanaf 8 december 2011 tot aan de opheffing van 22 december 2011.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
