ECLI:NL:RBSGR:2012:BV8674
Rechtbank 's-Gravenhage · 21-02-2012 · zaaknummer 10/21567
Inhoudsindicatie
Vreemdelingenzaak. Afwijzing asielaanvraag. Eiser heeft toerekenbaar geen reispapieren overgelegd en zijn asielrelaas ontbeert positieve overtuigingskracht. In beroep heeft eiser aangevoerd dat hij zich heeft bekeerd tot het christendom. Ook als de rechtbank eiser volgt in zijn stelling dat hij zich heeft bekeerd tot het christendom faalt de beroepsgrond dat het bestreden besluit moet worden vernietigd omdat eiser als christen en onafhankelijk van zijn asielrelaas, bij terugkeer een risico loopt als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000 dan wel artikel 3 van het EVRM. Uit de door eiser overgelegde brief van de Minister aan de Tweede Kamer van 19 september 2011 en het artikel van de BBC leidt de rechtbank niet af dat iedere in Nederland tot het christendom bekeerde Iraniër een reëel risico loopt te worden onderworpen aan doodstraf of executie, folteringen, onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen. Ook uit het ambtsbericht leidt de rechtbank dit niet af. Met de, niet met stukken of anderszins nader onderbouwde, stelling dat eiser via Facebook heeft geprobeerd familieleden te bekeren, heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat zijn gedrag in Iran tot vervolging zal leiden. Eiser heeft geen feiten aannemelijk gemaakt waaruit volgt dat hij zich in Iran, ook bij aanwezigheid van een reëel risico op onmenselijke of vernederende behandelingen, actief zal bezighouden met de evangelisatie van anderen. Daarbij acht de rechtbank mede van belang dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de Iraanse autoriteiten op de hoogte zijn van de gestelde acties via Facebook en overigens naar de rechtbank ambtshalve bekend is Facebook de mogelijkheid heeft afgeschermd en onder een andere dan de eigen naam te communiceren. Voor zover eiser in Iran zijn geloof niet kan uitoefenen op dezelfde wijze als in Nederland en zich daarvoor beroept op artikel 9 van het EVRM, onder verwijzing naar een tweetal arresten van het EHRM (Razgahi vs Zweden, 64599/01, Z en T vs het Verenigd Koninkrijk, 27034/05), heeft eiser niet aannemelijk gemaakt dat die inbreuk zo ernstig is dat eiser daardoor bij terugkeer een risico loopt als bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000 dan wel artikel 3 van het EVRM.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
de Minister van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de Minister van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
