ECLI:NL:RBSGR:2012:BV8585
Rechtbank 's-Gravenhage · 09-03-2012 · zaaknummer Awb 12 / 5598, Awb 12 / 5594, Awb 12 / 5605, Awb 12 / 5596, Awb 12 / 5593 en Awb 12 / 5602
Inhoudsindicatie
Opvolgende asielaanvragen/ terugkeerbesluit/ inreisverbod / aanvragen kennelijk ongegrond Aan het uitvaardigen van het inreisverbod heeft verweerder in de bestreden besluiten van 17 februari 2012 ten grondslag gelegd dat tegen verzoekers eerder op 18 december 2009 een terugkeerbesluit is uitgevaardigd, waaraan geen gehoor is gegeven. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat de afwijzing van de opvolgende aanvragen mede tot gevolg heeft dat verzoekers op grond van artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000 een inreisverbod wordt opgelegd. Nu hij dit standpunt ter zitting heeft verlaten, zijn de beroepen in zoverre gegrond en dienen de bestreden besluiten om die reden op dit onderdeel te worden vernietigd. De rechtsgevolgen worden in stand gelaten. Ter zitting heeft verweerder het standpunt ingenomen dat niet de besluiten van 18 december 2009, maar de besluiten van 17 februari 2012 dienen te worden aangemerkt als terugkeerbesluiten. Verweerder heeft laten weten dat de grond voor het uitvaardigen van het inreisverbod is gelegen in artikel 66a, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000, dat bepaalt dat verweerder een inreisverbod uitvaardigt tegen de vreemdeling, die geen gemeenschapsonderdaan is of op wie artikel 64 van de Vw 2000 niet van toepassing is en die Nederland onmiddellijk moet verlaten ingevolge artikel 62, tweede lid, van de Vw 2000. Volgens verweerder is in de bestreden besluiten bepaald dat verzoekers Nederland onmiddellijk dienen te verlaten, omdat in hun geval sprake is van de situatie waarbij de aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning zijn afgewezen als kennelijk ongegrond, zoals bedoeld in artikel 62, tweede lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000. De voorzieningenrechter kan dit standpunt volgen. Hij begrijpt hieruit dat verweerder zich in dit geval geroepen voelde om aan verzoekers door middel van nieuwe terugkeerbesluiten wederom een vertrektermijn, zij het van nul dagen, te gunnen, nu zij door het doen van een opvolgende aanvraag opnieuw rechtmatig verblijf hadden verkregen in de zin van artikel 8, aanhef en onder f, van de Vw 2000. Tegen de besluiten van 17 februari 2012 staat beroep open, nu deze meeromvattende beschikkingen, als bedoeld in artikel 45, eerste lid, van de Vw 2000, zijn te beschouwen als terugkeerbesluiten waarbij tevens een inreisverbod is uitgevaardigd. De voorzieningenrechter kan verweerder voorts volgen in zijn standpunt dat aan verzoekers slechts een vertrektermijn van nul dagen is gegund, nu hun aanvragen zijn afgewezen als kennelijk ongegrond. Met het oog op artikel 23, vierde lid, aanhef en onder h, juncto artikel 28, tweede lid van de Procedurerichtlijn konden de aanvragen als kennelijk ongegrond worden afgewezen, omdat verzoekers aan hun hernieuwde aanvragen geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden ten grondslag hebben gelegd.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
