ECLI:NL:RBSGR:2012:BV8504
Rechtbank 's-Gravenhage · 09-03-2012 · zaaknummer 11/4873
Inhoudsindicatie
Verblijfsdocument artikel 9 Vw 2000, Richtlijn 2004/38, gemeenschapsonderdaan, vrij verkeer, duurzaam verblijf, arrest Zambrano. De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of eiser (Tunesische nationaliteit) rechten kan ontlenen aan Richtlijn 2004/38/EG, in welk kader moet worden beoordeeld of referente (Nederlandse nationaliteit) duurzaam en reëel verblijf in België heeft gehad en daarbij gebruik heeft gemaakt van het vrije verkeer binnen de Unie. Blijkens informatie van het UWV heeft referente van februari 2008 tot oktober 2008 voor verschillende uitzendbureaus in Nederland gewerkt. Voorts heeft referente verklaard na haar bevalling, begin december 2008, in Nederland bij haar ouders te zijn blijven wonen. Onder deze omstandigheden is niet aangetoond dat referente van januari 2008 tot begin december 2008 in België gebruik heeft gemaakt van het vrije verkeer binnen de Unie. Referente is daarom na terugkeer in Nederland weliswaar een Nederlandse onderdaan en uit dien hoofde burgeres van de Unie, maar geen gemeenschapsonderdaan op wie de bepalingen van Richtlijn 2004/38 van toepassing zijn, aan welke zij geen rechten kan ontlenen. De Belgische E-kaart die aan eiser is uitgereikt documenteert (slechts) het aan referente - als onderdaan van een andere lidstaat van de Unie dan België - en eiser - als haar echtgenoot - toekomende recht om in België te verblijven, maar documenteert niet dat van dat recht ook daadwerkelijk duurzaam gebruik is gemaakt of dat referente in België daadwerkelijk heeft deelgenomen aan het vrije verkeer binnen de Unie. Beroep op Zambrano faalt, kinderen (Nederlandse nationaliteit) kunnen bij moeder verblijven. Nu de aanvraag uitsluitend betrekking heeft op de afgifte van een verblijfsdocument op grond van artikel 9, eerste lid, Vw 2000 bestaat geen aanleiding voor een beoordeling van een eventueel aan eiser toekomend recht op verblijf in het kader van artikel 8 EVRM. De rechtbank acht in dit verband voorts van belang dat in het bestreden besluit en het daaraan voorafgegane primaire besluit niet ambtshalve is beslist dat aan eiser op geen enkele andere grond rechtmatig verblijf kan toekomen. De opneming van een vertrektermijn aan het slot van die beslissingen acht de rechtbank dan ook een kennelijke misslag, welke door verweerder ter zitting is erkend.
Advocaten
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
