Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026

ECLI:NL:RBSGR:2012:BV8403

Rechtbank 's-Gravenhage · 08-03-2012 · zaaknummer Awb 11/13595 BEPTDN/BE

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Eeiser heeft een aanvraag ingediend met de beperking "arbeid als zelfstandige". Eiser heeft gesteld dat verweerder in onderhavige zaak, waarin een ondernemingsplan is overgelegd, gehouden was advies van de Minister in te winnen. Hieromtrent overweegt de rechtbank het volgende. "Volgens paragraaf B5/7.1 van de Vc 2000 zal, indien het gaat om het zelfstandig uitoefenen van een beroep of ondernemersactiviteiten, in de regel advies moeten worden gevraagd aan de Minister van Economische Zaken. De rechtbank begrijpt dit aldus dat het beleid ruimte overlaat om al dan niet advies in te winnen bij de Minister, indien het gaat om het zelfstandig uitoefenen van een beroep of ondernemersactiviteiten. Het beleid bevat dus geen verplichting om te allen tijde advies in te winnen. Volgens paragraaf B5/7.3.2 van de Vc 2000 wordt, indien geen ondernemingsplan wordt overgelegd, een herstelverzuimtermijn geboden van twee weken. Indien ook na het bieden van de herstelverzuimtermijn, geen volledig ondernemingsplan is overgelegd, wordt de aanvraag zonder voorlegging aan de Minister van Economische Zaken voor advies afgewezen wegens het ontbreken van een wezenlijk Nederlands economisch belang. De rechtbank begrijpt hieruit dat in ieder geval geen advies wordt gevraagd bij de Minister, indien geen ondernemingsplan is overgelegd. Dit sluit echter niet uit dat verweerder ook in andere gevallen, bijvoorbeeld indien het ondernemingsplan niet voldoende is onderbouwd, kan besluiten de aanvraag niet voor advies voor te leggen aan de Minister. Het is ingevolge paragraaf B5/7.3.2 van de Vc 2000 de verantwoordelijkheid van eiser om het ondernemingsplan te onderbouwen met stukken en om aan te tonen dat hij met zijn onderneming een wezenlijke bijdrage aan de Nederlandse economie kan leveren. Bij een reeds bestaand bedrijf, als een bedrijf van eiser, mag naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid verlangd worden de aanvraag in aanvulling op de in deze paragraaf expliciet, maar niet limitatief, opgesomde stukken, te onderbouwen met objectieve financiële (jaar)stukken. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze stukken onmiskenbaar van belang om de levensvatbaarheid van de onderneming en daarmee het wezenlijk Nederlands belang te bepalen. Nu deze stukken niet volledig zijn overgelegd en uit de overgelegde jaarrekening niet blijkt door wie deze is opgesteld en deze niet voorzien is van enig bewijsstuk van verificatie door een externe deskundige, is het ondernemingsplan naar het oordeel van de rechtbank in dit geval onvoldoende onderbouwd. Het inwinnen van advies bij de Minister is voor deze constatering niet noodzakelijk, terwijl het hiervoor weergegeven beleid er niet aan in de weg staat om het inwinnen van advies bij de Minister in deze situatie achterwege te laten. Verweerder heeft derhalve van het inwinnen van advies bij de Minister kunnen afzien".

Rechters

Advocaten

  • E. Osinga

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.