ECLI:NL:RBSGR:2012:BV8400
Rechtbank 's-Gravenhage · 01-03-2012 · zaaknummer 411385 - KG ZA 12-63
Inhoudsindicatie
Kort geding. Bevoegdheid. De vorderingen dienen gelet op het petitum van de inleidende dagvaarding en het faxbericht van de man aan de Centrale Autoriteit feitelijk te worden beschouwd als vorderingen tot teruggeleiding. Dit brengt mee dat de vorderingen worden beschouwd als gebaseerd op het HKOV, waarbij Nederland en Spanje beide partij zijn. Met verwijzing naar een uitspraak van deze rechtbank van 19 oktober 2009 (LJN: BL0893) en van de (zeer recente) uitspraak van de Hoge Raad van 9 december 2011 (LJN: BU2834) is de voorzieningenrechter van oordeel dat een op het HKOV gebaseerde vordering tot teruggeleiding van een minderjarige die beweerdelijk ongeoorloofd is overgebracht vanuit een verdragsluitende staat, of in die andere staat wordt vastgehouden, slechts kan worden ingediend bij de rechter van de staat waar het kind zich bevindt. Nu de minderjarigen zich in Spanje bevinden, is de Spaanse rechter bij uitsluiting bevoegd. De voorzieningenrechter verklaart zich onbevoegd om van de vorderingen kennis te nemen.
Rechters
Advocaten
- A.H. van Haga
- E.J. Kim-Meijer
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
