Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2012:BV7215

Rechtbank 's-Gravenhage · 17-02-2012 · zaaknummer AWB 11/11895 en AWB 11/12411

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag. Volgens verweerder heeft eiser zich schuldig gemaakt aan ernstige niet-politieke misdrijven (drugshandel en poging tot moord) op grond waarvan hij is uitgesloten van de toepasselijkheid van het Vluchtelingenverdrag. Volgens verweerder heeft de grootschalige drugshandel waarvoor eiser in Libanon tot een levenslange gevangenisstraf is veroordeeld, een internationale component, nu de in Libanon gekweekte drugs worden verhandeld over de hele wereld. De handel heeft daardoor een grote impact op diverse samenlevingen, gelet op het feit dat drugs een gevaar vormt voor de volksgezondheid. Bovendien bestrijken de drugsdelicten waarvoor eiser is veroordeeld een periode van meerdere jaren en aldus sprake is van recidive, aldus verweerder. De rechtbank is van oordeel dat verweerders betoog aangaande de aard, ernst en de omvang van de gepleegde drugsdelicten niet wordt ondersteund door de bij de rechtbank voorhanden zijnde stukken, waaronder zich stukken bevinden waarvan alleen de rechtbank kennis heeft mogen nemen. Desgevraagd heeft de gemachtigde van verweerder ter zitting niet nader kunnen onderbouwen waarop het standpunt van verweerder is gebaseerd dat sprake is geweest van grootschalige drugshandel. Dat eiser voor drugsdelicten uiteindelijk tot een levenslange gevangenisstraf is veroordeeld, maakt op zichzelf zonder nadere toelichting niet dat aangenomen moet worden dat sprake is geweest van ernstige misdrijven in de zin van artikel 1F, aanhef en onder b, van het Vluchtelingenverdrag. Verweerder heeft immers niet onderbouwd dat de in Libanon voor drugsdelicten gehanteerde strafmaat bijvoorbeeld vergelijkbaar is met die in Nederland of anderszins onderbouwd waaruit die aard, ernst en omvang zijn gebleken. Hierbij heeft de rechtbank tevens in aanmerking genomen dat de veroordeling wegens poging tot moord voor verweerder kennelijk niet van doorslaggevende betekenis is geweest bij de tegenwerping van artikel 1F en ook in zoverre niet afdoende is gemotiveerd dat sprake is van ernstige misdrijven die moeten leiden tot tegenwerping van deze verdragsbepaling.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.