ECLI:NL:RBSGR:2012:BV2841
Rechtbank 's-Gravenhage · 03-02-2012 · zaaknummer 09/647621-11
Inhoudsindicatie
Vrijspraak. Was verdachte in de periode van 6 tot en met 20 maart 2009 in het bezit van de vijf ten laste gelegde kinderpornografische afbeeldingen? De rechtbank gaat er vanuit dat verdachte, zoals hij ook ter terechtzitting heeft verklaard, niet de bedoeling heeft gehad om de afbeeldingen te bewaren en daarmee in zijn bezit te hebben. Hij heeft de afbeeldingen na het bekijken daarvan effectief verwijderd. Uit de wetsgeschiedenis van artikel 240b van het Wetboek van Strafrecht kan worden opgemaakt dat de wetgever het enkele bekijken van afbeeldingen van kinderpornografische aard ten tijde van de ten laste gelegde periode niet strafbaar heeft willen stellen.1 De rechtbank leidt hier uit af dat het enkele bekijken van dergelijke afbeeldingen in de ten laste gelegde periode niet aangemerkt kan worden als het in bezit hebben als bedoeld in artikel 240b (oud) van het Wetboek van Strafrecht en is om die reden met de verdediging dan ook van oordeel dat verdachte van het hem ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- A.R.A.L. Norenburg
Officier van justitie
- A. Baas
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
