ECLI:NL:RBSGR:2012:BV2789
Rechtbank 's-Gravenhage · 02-02-2012 · zaaknummer AWB 12/1094
Inhoudsindicatie
Bewaring, eerste beroep, Irak, uitzetting met EU-staat, zicht op uitzetting De rechtbank stelt vast dat verwijdering met de zogenoemde sterke arm naar Irak enkel gerealiseerd kan worden door uitzetting met een EU-staat, maar dat door de gewijzigde houding van de Iraakse autoriteiten van deze mogelijkheid sinds 14 november 2011 geen gebruik kan worden gemaakt. In de omstandigheid dat eiser thans niet met een EU-staat zal kunnen vertrekken, ziet de rechtbank echter geen aanleiding om aan te nemen dat zicht op uitzetting ontbreekt. De rechtbank acht hierbij van belang dat de gemachtigde van verweerder ter zitting heeft verklaard dat op 5 december 2011 een gesprek heeft plaatsgevonden tussen verweerder (in de persoon van de minister) en de Iraakse ambassadeur en dat laatstgenoemde heeft toegezegd actie te zullen ondernemen om helderheid te krijgen over de oorzaak van de gewijzigde houding van de autoriteiten van Irak. Daarnaast zal ook de Nederlandse ambassadeur te Bagdad trachten om voornoemde helderheid te krijgen bij de Iraakse autoriteiten aldaar.
Rechters
Advocaten
- K.J. Meijer
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
