ECLI:NL:RBSGR:2012:BV2106
Rechtbank 's-Gravenhage · 10-01-2012 · zaaknummer AWB 11-40475
Inhoudsindicatie
In dit geval is alleen mogelijke verwijdering naar centraal- en zuid-Somalië aan de orde. Gelet op vaste jurisprudentie van de ABRvS moet in een procedure als de nu aan de orde zijnde, alleen de rechtmatigheid van het besluit tot inbewaringstelling moet worden getoetst. Het verdraagt zich niet met het stelsel van de Vw dat de rechter die over dit besluit oordeelt, zich daarbij tevens uitspreekt over de vraag of een vreemdeling een geslaagd beroep op de bescherming van artikel 3 van het EVRM kan doen. Dit neemt niet weg dat in het geval van bewaring waarbij alleen een verwijderingstraject is ingezet naar centraal- en zuid-Somalië, voor de beoordeling van het vooruitzicht op verwijdering acht moet worden geslagen op het arrest van het EHRM in de zaken Sufi en Elmi tegen het Verenigd Koninkrijk. Hierin heeft het EHRM geoordeeld dat verwijdering naar centraal- en zuid-Somalië in beginsel een schending van artikel 3 van het EVRM oplevert, tenzij aan bepaalde feitelijke voorwaarden wordt voldaan. Verweerder dient te beoordelen of en aannemelijk te maken dat is voldaan aan de voorwaarden om verwijdering van eiser naar centraal- of zuid-Somalië mogelijk te maken. Hiervoor moet weliswaar een aantal vragen worden beantwoord die op zichzelf asielgerelateerd zijn, maar gelet op de specifieke feitelijke voorwaarden die volgens het EHRM moeten zijn vervuld voordat verwijdering mogelijk is, is dat ook in dit kader noodzakelijk. Anders dan bij veel andere landen, waarbij doorgaans over het geheel wel of geen concreet vooruitzicht op verwijdering bestaat, is het bij centraal- en zuid-Somalië genuanceerder en moet verwijdering daar naartoe in beginsel niet mogelijk worden geacht, tenzij is voldaan aan de genoemde feitelijke voorwaarden. Wat op dit vlak van verweerder wordt gevergd bij het aannemelijk maken van het redelijk vooruitzicht op verwijdering, hangt af van de omstandigheden van het geval, waaronder de gedetailleerdheid en consistentie van wat de inbewaringgestelde verklaart over zijn verblijfsgeschiedenis en familie in het land van herkomst. De enkele stelling van verweerder dat nu het mogelijk is om vreemdelingen te verwijderen naar het vliegveld van Mogadishu en er daarom al een redelijk vooruitzicht op verwijdering naar Somalië is, schiet tekort, gelet op de door het EHRM gestelde feitelijke voorwaarden waaraan moet zijn voldaan. Nu eiser weinig concrete, dan wel tegenstrijdige, verklaringen heeft afgelegd, wordt verweerders beoordeling of aan de genoemde feitelijke voorwaarden wordt voldaan, bemoeilijkt. Daarom schiet wat verweerder tot nu toe heeft gedaan om te beoordelen of een redelijk vooruitzicht op verwijdering bestaat in dit geval niet tekort. Gelet op de huidige stand van zaken kan in eisers geval niet worden geoordeeld dat er geen redelijk vooruitzicht op verwijdering naar Somalië is.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
