ECLI:NL:RBSGR:2012:BV1697
Rechtbank 's-Gravenhage · 23-01-2012 · zaaknummer Awb 12 / 70 en Awb 12 / 982
Inhoudsindicatie
Artikel 56 Vw 2000; vrijheidsbeperking; vervolgberoep; ontvankelijkheid. De rechtbank is van oordeel dat de thans ingestelde beroepen zich richten tegen de voortzetting van de krachtens artikel 56 van de Vw 2000 opgelegde maatregel en ziet zich allereerst gesteld voor de vraag of het tegen de voortzetting van de maatregel ingestelde beroep ontvankelijk moet worden geacht. Zij beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt daartoe als volgt. Vastgesteld moet worden dat geen sprake is van een geval waarin beroep wordt ingesteld tegen een besluit als bedoeld in de Awb. Het voortduren van de maatregel van vrijheidsbeperking is immers niet aan te merken als een besluit of daarmee gelijk te stellen handeling in de zin van de Awb. In de Vw 2000 is voorts, gelet op artikel 96 van de Vw 2000, de mogelijkheid van een vervolgberoep opengesteld voor wat betreft het opleggen van de vrijheidsontnemende maatregel (bewaring). Een soortgelijke regeling ontbreekt voor wat betreft de vrijheidsbeperkende maatregel. Dat de wetgever hier ook uitdrukkelijk voor heeft gekozen blijkt naar het oordeel van de rechtbank uit de tekst, behorend bij de totstandkoming van de Vw 2000 (MvT, TK 1998-1999, 26 732, nr. 3), waarin is aangegeven dat voor de vrijheidsontnemende maatregelen in de artikelen 91 (oud) en verder een afzonderlijke, op de aard van die maatregelen toegesneden regeling voor de rechtsbescherming is opgenomen, waarbij is gekozen voor periodieke, ambtshalve beoordeling van het besluit tot oplegging of verlenging van de vrijheidsontneming. Naar het oordeel van de rechtbank kan evenmin worden gesteld dat de wetgever heeft bedoeld - naast de bestaande mogelijkheid van het instellen van beroep bij de rechtbank tegen het besluit tot oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel - de mogelijkheid in het leven te roepen van een vervolgberoep tegen een vrijheidsbeperkende maatregel. De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat in een geval als het onderhavige, waarbij aan de orde is het voortduren van een vrijheidsbeperkende maatregel, geen beroep bij de bestuursrechter openstaat. Hiermee volgt de rechtbank eisers dan ook niet in hun verwijzing naar de uitspraak van deze rechtbank, nevenzittingsplaats Groningen van 30 juni 2011, LJN BQ9894, waarbij een vervolgberoep tegen een vrijheidsbeperkende maatregel ontvankelijk is geacht. Gelet op het voorgaande dienen de door eiser ingestelde beroepen niet-ontvankelijk te worden verklaard.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
