Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2011:BW2313

Rechtbank 's-Gravenhage · 02-12-2011 · zaaknummer AWB 11-8296

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Bekendmaking besluit / termijnoverschrijding / verschoonbaarheid / gemachtigde Niet in geschil is dat het bezwaarschrift niet binnen de daarvoor geldende termijn van vier weken is ingediend. In geschil is of de termijnoverschrijding verschoonbaar is. De rechtbank is van oordeel dat het primaire standpunt van verweerder, inhoudende dat de brief van de vorige gemachtigde van eiser, met de reden voor de termijnoverschrijding, terecht niet bij het bestreden besluit is betrokken, omdat de brief niet binnen de in de brief van verweerder gestelde termijn van twee weken is ingebracht, niet opgaat. Weliswaar is de brief niet binnen die termijn ingediend, maar het standpunt van verweerder verdraagt zich naar het oordeel van de rechtbank niet met het karakter van de ex nunc toetsing zoals deze in bezwaar in procedures als de voorliggende dient plaats te vinden. Door bij de beslissing op bezwaar de reeds ingekomen brief van de gemachtigde van eiser niet te betrekken, ontbeert het besluit een deugdelijke motivering voor zover het betreft het standpunt van verweerder dat eiser geen verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding heeft gegeven. Het bestreden besluit voldoet daarmee niet aan het motiveringsvereiste neergelegd in artikel 7:12, eerste lid, van de Awb. Uit het voorgaande volgt dat verweerder voorts in strijd met artikel 7:2 Awb heeft gehandeld. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat eiser, met de verklaring van eisers voormalige gemachtigde dat zij geen mandaat had het bezwaar zonder overleg met haar cliënt in te dienen, geen verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding heeft gegeven. Bij brief van 1 oktober 2010 aan verweerder stelt de voormalige gemachtigde zich namens eiser, door wie zij bepaaldelijk is gemachtigd, in de voorliggende zaak en verzoekt zij verweerder om correspondentie in deze zaak aan haar kantooradres te richten en om haar een kopie van het dossier te doen toekomen. Dat uit deze brief blijkt dat de gegeven machtiging zich beperkt tot de aanvraagfase en niet omvat het ontvangen van het primaire besluit en het indienen van bezwaar, zoals ter zitting door de gemachtigde van eiser is betoogd, volgt de rechtbank niet. Dat verweerder, gelet op de inhoud van de brief van 1 oktober 2010, alvorens de beslissing op bezwaar te verzenden, had dienen te onderzoeken of de machtiging zich uitstrekte tot het ontvangen van de beslissing op de aanvraag en het indienen van bezwaar, volgt de rechtbank, gelet op het voorgaande, evenmin. Uit het voorgaande volgt voorts dat, nu verweerder ervan mocht uitgaan dat de voormalige gemachtigde van eiser ten tijde van het nemen van de beslissing op de aanvraag van eiser zijn gemachtigde was, de beslissing op juiste wijze bekend is gemaakt. De rechtbank volgt dan ook niet de niet nader onderbouwde stelling van de gemachtigde van eiser dat de beschikking aan hem in persoon diende te worden uitgereikt, nu hij een unieburger is. Beroep gegrond, met instandlating rechtsgevolgen.

Advocaten

  • A. van Driel
  • R. Vink

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.