Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2011:BV0360

Rechtbank 's-Gravenhage · 06-10-2011 · zaaknummer AWB 11/6123 en AWB 11/9165

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Artikel 3 IVRK, artikel 8 EVRM. De rechtbank overweegt dat uit jurisprudentie van het EHRM niet valt af te leiden dat enkel in het geval van een verblijf van enkele decennia sprake zou zijn van een inbreuk op het recht op privéleven en van schending van artikel 8 van het EVRM. Uit de jurisprudentie van het EHRM blijkt dat bij de vraag of er sprake is van een dergelijke inbreuk, het EHRM naast de duur van het verblijf ook van belang acht de omstandigheid dat het gaat om vreemdeling die het grootste gedeelte of zijn gehele kindertijd in het gastland heeft doorgebracht, daar is opgevoed en daar opvoeding heeft genoten. De rechtbank stelt vast dat in dit geval [eiser 3] vanaf zijn geboorte in Nederland heeft gewoond en geen sociale en culturele banden met Turkije heeft. Naar het oordeel van de rechtbank kan dan ook in de duur van het verblijf van [eiser 3] geen reden gevonden worden om geen inbreuk op het recht op privéleven aan te nemen. Verweerder heeft zich echter daarnaast op het standpunt gesteld dat het in de hiervoor vermelde arresten ging om legaal verblijf en dat gelet op de omstandigheid dat [eiser 3] nimmer legaal verblijf heeft gehad, geen sprake is van een inbreuk op het recht op privéleven. Naar het oordeel van de rechtbank kan het echter niet aan [eiser 3] worden tegengeworpen dat hij al zijn hele leven illegaal in Nederland verblijft. Het is immers niet zijn keuze geweest maar de keuze van zijn ouders om, ondanks herhaalde afwijzingen van hun aanvraag om een verblijfsvergunning, toch in Nederland te blijven en om, nog voor zijn geboorte, na een uitzetting naar Turkije in november 1992, naar Nederland terug te keren. Gelet op zijn leeftijd kon hij niet anders dan bij zijn ouders blijven. Weliswaar heeft artikel 3 van het IVRK geen rechtstreeks werking, maar uit diverse arresten van het EVRM komt naar voren dat bij de belangenafweging in het kader van artikel 8 van het EVRM ‘the best interest of the child’ in het oog dient te worden gehouden. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet staande gehouden worden dat het ‘in the best interest’ van [eiser 3] is dat hij naar Turkije wordt verwijderd, terwijl hij hier in Nederland geboren is, hier bijna 18 jaar woont, hier zijn opleiding heeft genoten, zijn vrienden heeft en het belangrijkste deel van zijn familie en hij nog nooit in Turkije heeft gewoond.

Advocaten

  • F.L.M. van Haren

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.