Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2011:BV0151

Rechtbank 's-Gravenhage · 19-12-2011 · zaaknummer 10/23614, 10/2252, 10/2257

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder met de hiervoor weergegeven motivering in het bestreden besluit niet deugdelijk gemotiveerd waarom in het onderhavige geval, gelet op de omstandigheid dat eiser is ontslagen van alle rechtsvervolging en hij derhalve door de strafrechter niet strafbaar is geacht voor de door hem gepleegde feiten, is overgegaan tot ongewenstverklaring van eiser. Weliswaar is verweerder in het besluit ingegaan op de overige door eiser naar voren gebrachte omstandigheden, waaronder zijn beroep op artikel 3 en 8 EVRM, op grond waarvan volgens eiser ongewenstverklaring achterwege had moeten blijven, maar hiermee is verweerder niet ingegaan op het betoog van eiser dat verweerder de situatie van eiser, die is ontslagen van alle rechtsvervolging, ten onrechte gelijk heeft gesteld met de situatie waarin sprake is van een veroordeling tot een gevangenisstraf. Ter zitting heeft verweerders gemachtigde desgevraagd toegelicht dat deze omstandigheid gelet op het oordeel van de strafrechter niet noopt tot het achterwege laten van de ongewenstverklaring. Daarnaast is, aldus verweerder ter zitting, van belang dat het beleid imperatief is gesteld, zodat in een situatie als de onderhavige zelden gebruik zal worden gemaakt van de mogelijkheid om af te zien van ongewenstverklaring. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zijn standpunt, dat hierin geen aanleiding wordt gezien de ongewenstverklaring achterwege te laten, ter zitting niet alsnog deugdelijk gemotiveerd. Daarvoor is in de eerste plaats van belang dat onder het kopje “beslissing” in het vonnis van het gerechtshof Amsterdam expliciet staat dat het bewezenverklaarde strafbaar wordt verklaard, maar dat de verdachte, eiser, daarvoor niet strafbaar wordt geacht. Verweerder heeft met de verwijzing naar dit oordeel derhalve niet deugdelijk gemotiveerd waarom deze omstandigheid niet maakt dat ongewenstverklaring achterwege moet worden gelaten. Verweerders stelling dat het beleid imperatief is gesteld en dat derhalve zelden aanleiding bestaat ongewenstverklaring achterwege te laten, leidt niet tot een ander oordeel, reeds omdat deze stelling geen steun vindt in het ter zake doende beleid in A5/2 Vc. Bij de belangenafweging die verweerder in het kader van artikel 67 Vw dient te maken alvorens tot ongewenstverklaring over te kunnen gaan moeten immers alle betrokken belangen en bijzondere omstandigheden worden betrokken, hetgeen in het onderhavige geval, niet, althans niet kenbaar is gebeurd. Het bestreden besluit mist een deugdelijke motivering en het beroep dient reeds hierom gegrond te worden verklaard.

Advocaten

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.