ECLI:NL:RBSGR:2011:BU9725
Rechtbank 's-Gravenhage · 24-10-2011 · zaaknummer AWB 10/182 IB/PVV
Inhoudsindicatie
Inkomstenbelasting. Erfpachtconstructie. Vergrijpboete. In 2003 verkrijgt eiser voor € 1.250.000 het recht van ondererfpacht op een perceel grond met opstallen. De canon voor het ondererfpachtsrecht bedraagt € 7.760 per jaar. Eiser financiert de verkrijging met hypothecaire leningen van [Bank] en zijn persoonlijke houdstermaatschappij. In mei 2005 verkoopt eiser het recht van ondererfpacht voor € 1.400.000 aan een stichting, onder voorbehoud van een recht van onder-/ondererfpacht en een recht op vergoeding voor de opstallen bij einde van het ondererfpachtsrecht. Bestuurders van de stichting zijn eisers echtgenote en [J], de fiscaal adviseur van eiser. De koopsom van € 1.400.000 wordt voldaan door overname van de in hypothecaire schulden. Aan [Bank] wordt geen mededeling gedaan, zodat eiser aansprakelijk blijft voor alle (betalings)verplichtingen ter zake van de van die bank opgenomen lening. Alle kosten, lusten en lasten van de onroerende zaak, alsmede de canon voor het ondererfpachtsrecht blijven voor rekening of ten goede van eiser komen. Als onder-/ondererfpachter wordt eiser aan de stichting voor de eerstvolgende vijftien jaar een canon verschuldigd van € 135.000 per jaar en daarna van € 7.500 per jaar. Bij zijn aangifte voor 2005 heeft eiser een bedrag aan erfpachtcanons van € 89.817 op zijn inkomen in aftrek gebracht. Bij het vaststellen van de aanslag heeft verweerder het door eiser als erfpachtcanons in aftrek gebrachte bedrag voor € 53.741 niet in aftrek toegelaten en heeft hij eiser een vergrijpboete van vijftig procent opgelegd. In geschil is of dit terecht is. De rechtbank overweegt dat eiser vóór de verkoop aan de Stichting een canon van € 7.760 per jaar betaalde en sinds de transactie met de stichting € 135.000 per jaar gedurende vijftien jaren en daarna € 7.500 per jaar, de rente over de leningen sindsdien op de Stichting drukken, terwijl er in de gerechtigdheid tot de onroerende zaak en de rechten waaraan deze is onderworpen, feitelijk niets is veranderd. De rechtbank oordeelt daarom dat met de verkoop aan de stichting de betalingen van rente en aflossing zijn verschoven van eiser naar de stichting en de canons daardoor in economische zin voor het overgrote deel bestaan uit aflossingen op de hypothecaire leningen. Dit resultaat is in strijd met de strekking van de wettelijke bepalingen, die geen ruimte bieden voor de aftrek van aflossingen. De transactie met de stichting dient daarom te worden geherkwalificeerd als het aangaan van een overeenkomst van geldlening, waarbij de door de stichting betaalde koopprijs wordt aangemerkt als het verstrekken van de hoofdsom en de door eiser verschuldigde canon als betaling van rente en aflossing. In zoverre is het gelijk aan verweerder. Aangaande de vergrijpboete oordeelt de rechtbank dat de constructie eiser is geadviseerd door een fiscaal deskundige en verweerder niet aannemelijk heeft gemaakt dat eiser onvoldoende zorg heeft betracht die redelijkerwijs van hem kan worden gevergd bij de keuze van zijn adviseur. De vergrijpboete is daarom ten onrechte opgelegd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Belastingdienst [te P]
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Belastingdienst [te P]
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
