Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2011:BU9046

Rechtbank 's-Gravenhage · 15-12-2011 · zaaknummer 11/18398

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

mvv, artikel 8 EVRM, artikel 3 IVRK, best interests of the child De rechtbank volgt verweerder niet in diens stelling dat het beroep van eiseres op de artikelen 3 en 9 IVRK faalt omdat het bestreden besluit geen besluit is dat de dochter, maar eiseres betreft. Uit jurisprudentie van het EHRM volgt dat met betrekking tot de interpretatie van artikel 8 EVRM, het EHRM de vraag of sprake is van schending van het EVRM beantwoordt vanuit het perspectief van het betrokken kind en niet alleen of voornamelijk vanuit het perspectief van de ouder(s). Hoewel verweerder de belangen van de dochter zorgvuldig heeft geïnventariseerd, heeft hij zonder nadere motivering omtrent de wijze waarop de belangen van de dochter zijn gewogen in het kader van het "best interests of the child" beginsel zoals dit voortvloeit uit voornoemde jurisprudentie van het EHRM, ten onrechte geconcludeerd dat doorslaggevend gewicht toegekend kon worden aan de omstandigheden dat eiseres nimmer een verblijfstitel heeft gehad die het uitoefenen van familie- of gezinsleven hier te lande mogelijk maakt en dat de openbare orde in het geding is, waarbij verweerder niet heeft betrokken dat de dochter hierdoor (tijdelijk) dreigt te worden uitgesloten van een voor haar ontwikkeling van groot belang zijnde relatie met haar biologische moeder. Verweerder is onvoldoende ingegaan op de verklaringen van instanties en professioneel betrokkenen met betrekking tot de situatie van de dochter onderbouwde stelling dat een onderbreking in de aanwezigheid van eiseres in het leven van de dochter leidt tot een verstoring van de ontwikkeling van de dochter. Verweerder heeft niet gemotiveerd of de belangen van de dochter in het licht van de "best interests of the child" al dan niet van doorslaggevende betekenis hadden moeten zijn in het kader van de belangenafweging in de zin van artikel 8 van het EVRM, door in het bestreden besluit het beroep op vrijstelling als bedoeld in artikel 3.71, tweede lid en onder l, Vw 2000 met de in rechtsoverweging 2.8 aangegeven motivering, die uitsluitend ziet op (gedragingen van) eiseres, af te wijzen.

Advocaten

Partijen

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.