ECLI:NL:RBSGR:2011:BU7406
Rechtbank 's-Gravenhage · 02-12-2011 · zaaknummer AWB 11-3934
Inhoudsindicatie
De rechtbank deelt niet het primaire standpunt van eiseres, inhoudende dat uit de gezinsherenigingsrichtlijn volgt dat geen leges mogen worden geheven. De rechtbank deelt evenmin het subsidiaire standpunt van eiseres dat de hoogte van de betaalde leges in strijd is met de gezinsherenigingsrichtlijn. Anders dan eiseres heeft betoogd, bestaat geen grond voor het oordeel dat de legesheffing ten aanzien van eiseres gelijk dient te worden gesteld met het bedrag dat Unieburgers verschuldigd zijn voor soortgelijke documenten. Hieruit vloeit tevens voort dat het arrest Sahin niet maatgevend is voor de beoordeling of het hier aan de orde zijnde legesbedrag voor de afdoening van een aanvraag om afgifte van een EG verblijfsvergunning voor gezinshereniging in strijd is met de gezinsherenigingsrichtlijn. Immers in dit arrest is wat betreft de hoogte van leges die in het kader van Besluit nr. 1/80 van Turkse onderdanen worden geheven aangesloten bij de leges die worden geheven van EU-burgers voor de afgifte van een EU verblijfsdocument en de legesheffing voor de afdoening van een aanvraag om afgifte van een EG verblijfsvergunning voor gezinshereniging is daarmee niet vergelijkbaar. Het betoog van eiseres dat overweging 2 van de considerans van de richtlijn langdurig ingezetenen en overweging 3 van de considerans van de gezinsherenigingsrichtlijn vrijwel gelijkluidend zijn, zodat voor hoogte van de leges in het kader van de gezinsherenigingsrichtlijn hetzelfde geldt als hetgeen voor de richtlijn langdurig ingezetenen geldt, slaagt niet. In die overwegingen staat weliswaar respectievelijk “(…) in deze lidstaat een aantal uniforme rechten zou moeten verkrijgen die zo dicht mogelijk bij de rechten van EU-burgers liggen” en “(…) om hun rechten te verlenen en verplichtingen op te leggen die vergelijkbaar zijn met die van de burgers van de Europese Unie.”, doch de context van die overwegingen is verschillend. Voorts zijn er, gelet op het rapport van de Algemene Rekenkamer en de brief van verweerder van 28 oktober 2010, geen aanknopingspunten om aan te nemen dat het door verweerder in dit geval gehanteerde legestarief niet billijk of onvoldoende inzichtelijk is. Uit voormelde stukken blijkt dat in 2004 de kostprijs voor (het product) gezinshereniging was vastgesteld op € 1.103,=. De kostendekkendheid van het product was toentertijd gemiddeld 69%. Maar volgens het voornoemde rapport van de Algemene Rekenkamer was de kostendekkendheid van het product in 2008 gedaald tot 37,4%. Gelet hierop acht de rechtbank niet aannemelijk dat het door verweerder in dit geval gehanteerde tarief onevenredig zou zijn in verhouding tot de daadwerkelijke kostprijs.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
