ECLI:NL:RBSGR:2011:BU7246
Rechtbank 's-Gravenhage · 01-12-2011 · zaaknummer 404763 - FA RK 11-7912
Inhoudsindicatie
Internationale kinderontvoering Partijen en de kinderen (11 en 9 jaar) hebben van 2001 tot begin 2009 in Nederland gewoond (alwaar zij naast de Nigeriaanse nationaliteit de Nederlandse nationaliteit hebben verkregen). Zij zijn na elkaar terugverhuisd naar Nigeria waar zij vanaf juli 2009 weer hebben samengewoond. In augustus 2010 is de samenwoning verbroken. In mei 2011 is de moeder met de minderjarigen naar Nederland vertrokken, waarna de vader heeft verzocht om teruggeleiding van de kinderen naar Nigeria. De moeder betwist primair dat het Haags Kinderontvoeringsverdrag van toepassing is, nu Nigeria geen verdragspartij is. De rechtbank komt onder verwijzing naar de Uitvoeringswet en de wetsgeschiedenis tot het oordeel dat het de bedoeling van de wetgever is geweest dat het Verdrag ook in niet-verdragszaken analoog wordt toegepast, ook voor wat betreft de weigeringsgronden. De rechtbank beoordeelt het verzoek derhalve met inachtneming van hetgeen in het Verdrag is bepaald. De moeder heeft niet betwist dat van een ongeoorloofde overbrenging in de zin van artikel 3 van het Verdrag sprake is. Zij doet een beroep op de weigeringsgronden. De terugkeer van de oudste minderjarige (B) wordt geweigerd, omdat hij zich verzet tegen terugkeer naar Nigeria (hij is bang voor de gevaren aldaar en zijn angst wordt niet irreëel geacht) en de rechtbank van oordeel is dat hij een leeftijd en mate van rijpheid heeft bereikt, die rechtvaardigt dat met zijn mening rekening wordt gehouden. Ook de jongste minderjarige (A) heeft blijk gegeven van verzet tegen terugkeer (vanwege dezelfde reden als haar broer), maar de rechtbank zet vraagtekens bij haar mate van rijpheid. Desondanks is de rechtbank van oordeel dat ook teruggeleiding van haar dient te worden geweigerd. Daartoe is van belang dat de teruggeleiding van E wegens verzet zal worden geweigerd, de twee kinderen een goede band hebben en hun hele leven in gezinsverband met elkaar hebben samengeleefd en zij samen ingrijpende gebeurtenissen, zoals het uiteengaan van hun ouders, hebben meegemaakt en A niet wil terugkeren naar Nigeria. Rekening houdend met al deze omstandigheden en de ratio van het verdrag dat ziet op respect voor en instandlating van het gezinsleven moet naar het oordeel van de rechtbank worden aangenomen dat A onder de gegeven omstandigheden in een ondraaglijke toestand wordt gebracht indien zij van haar broer zou worden gescheiden en alleen zou moeten terugkeren naar Nigeria. De teruggeleiding van A naar Nigeria wordt derhalve op de voet van het bepaalde in artikel 13, eerste lid sub b van het Verdrag geweigerd.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- F. Burnham-Veldhuizen
- H.A. Schipper
- J.H. Reule
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
