ECLI:NL:RBSGR:2011:BU6713
Rechtbank 's-Gravenhage · 24-11-2011 · zaaknummer AWB 11/35266 en AWB 11/35267
Inhoudsindicatie
Verzoeker is afkomstig uit Baraawe, Zuid-Somalië. Er is sprake van een herhaalde aanvraag. Ten aanzien van het beroep van verzoeker op WBV 2011/13: Ten tijde van het eerdere besluit van 10 april 2010 gold het beleid als neergelegd in WBV 2009/16. In dit WBV werd aan vreemdelingen die afkomstig zijn uit Centraal- en Zuid-Somalië geen verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op de b-grond verleend omdat in dat gebied geen sprake was van een situatie als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn. In WBV 2011/13 wordt eveneens geconcludeerd dat er in Centraal- en Zuid-Somalië geen sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn maar, anders dan onder WBV 2009/16, kan volgens het nieuwe beleid wel een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op de b-grond worden verleend aan asielzoekers die afkomstig zijn uit Centraal- en Zuid-Somalië als zij aannemelijk maken dat zij zich niet kunnen handhaven onder de regels van Al-Shabaab. Nu verzoeker afkomstig is uit Zuid-Somalië en heeft gesteld dat hij zich bij terugkeer niet kan handhaven onder de regels van Al-Shabaab, is voor zover hij op dit punt een beroep doet op WBV 2011/13 voor hem sprake van een relevante wijziging van het recht zoals dat gold ten tijde van het nemen van het eerdere besluit van 10 april 2010. Gelet hierop is het beginsel dat de rechter niet opnieuw over een besluit van gelijke strekking oordeelt in zoverre het gaat om feiten waarmee het gewijzigde recht wordt ingeroepen, niet aan de orde. Aldus bestaat op dit punt aanleiding voor een inhoudelijke rechterlijke toets van het bestreden besluit. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder, gelet op het gewijzigde asielbeleid ten aanzien van Somalië, aanleiding heeft mogen zien om verzoeker een verblijfsvergunning asiel te weigeren. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij zich bij terugkeer niet kan handhaven onder de regels van Al-Shabaab. Verzoeker heeft ervaring gehad met het leven onder Al-Shabaab en niet gesteld dat hij zijn levensstijl pas hier in Nederland heeft ontwikkeld. Tevens heeft verweerder van belang mogen achten dat het met de familie van verzoeker goed gaat in Baraawe. De voorzieningenrechter stelt in het kader van artikel 3 van het EVRM vast dat uit de verklaring van de Verenigde Naties en de overige stukken kan worden afgeleid dat de humanitaire situatie in Somalië is verslechterd ten opzichte van de situatie daar zoals die was ten tijde van het eerdere besluit van 10 april 2010. Daaruit blijkt immers dat de situatie zich in die mate heeft gewijzigd dat thans in 2011 wordt gesproken over hongersnood in het gebied waaruit verzoeker afkomstig is. Verzoeker heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij in Baraawe, waar hij naar toe terug kan keren, door de hongersnood een behandeling heeft te vrezen die in strijd is met artikel 3 van het EVRM. Uit het arrest Sufi en Elmi leidt de voorzieningenrechter af dat de toets aan artikel 3 van het EVRM, die het EHRM daarin aanlegt, aldus moet worden uitgelegd dat uitsluitend van een met die verdragsbepaling strijdige behandeling kan worden gesproken in het geval een Somalische vreemdeling naar Somalië terugkeert en terechtkomt in een vluchtelingenkamp. In de overige gevallen geldt de toets aan artikel 3 van het EVRM, zoals die door het EHRM is geformuleerd in de arresten Salah Sheekh tegen Nederland en N. tegen het Verenigd Koninkrijk. Slechte humanitaire omstandigheden in een land, waaronder ook hongersnood valt, kunnen alleen dan tot een behandeling leiden die in strijd is met artikel 3 van het EVRM als sprake is van ‘very exceptional cases where the humanitarian grounds were compelling’. De voorzieningenrechter is van oordeel dat in dit geval niet aannemelijk is geworden.
Rechters
Advocaten
- F. Fonville
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
