Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2011:BU6578

Rechtbank 's-Gravenhage · 29-11-2011 · zaaknummer 11/36017

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Verweerder heeft ter gelegenheid van de behandeling ter zitting van het eerste beroep de rechtbank medegedeeld dat de LP-aanvraag wordt gecomplementeerd alvorens de aanvraag naar de Marokkaanse autoriteiten wordt verzonden. De voortgangsrapportage van 9 november 2011 vermeldt echter dat de regievoerder op 11 november 2011 van de IND te horen heeft gekregen dat er in het dossier van verzoeker geen kopieën van zijn paspoort of eerder afgegeven laissez passers zijn gevonden en dat op 12 november 2011 de LP-aanvraag is doorgezonden naar de Marokkaanse autoriteiten. Ter zitting van het onderhavige verzoek om herziening heeft de gemachtigde van verweerder medegedeeld dat deze informatie juist is en dat de procesvertegenwoordiger van de zitting van 12 oktober 2011 deze informatie niet tijdig door had gekregen. Vaststaat derhalve dat op 12 november 2011 de LP-aanvraag is doorgezonden naar de Marokkaanse autoriteiten zonder kopieën van verzoekers paspoort of van eerder afgegeven laissez passers. Dat deze documenten in het ongerede zijn geraakt, is onzorgvuldig te noemen, hetgeen verweerder ter zitting ook heeft erkend. Die omstandigheid leidt evenwel niet tot het oordeel dat de bewaring had moeten worden opgeheven, nu verzoeker reeds driemaal is uitgezet en niettemin telkenmale is teruggekeerd naar Nederland. Bovendien verleent hij geen medewerking aan het onderzoek ter fine van uitzetting. Zo heeft hij geweigerd de LP-aanvraag te ondertekenen. Nu is gebleken dat geen kopieën van verzoekers paspoort of eerder afgegeven laissez passers meer aanwezig zijn, treft de verwijzing van verzoeker naar de uitspraak van deze rechtbank, deze nevenzittingsplaats, van 11 februari 2009 (AWB 09/2234) geen doel. In die zaak werd immers verondersteld dat deze kopieën wel aanwezig waren. Nu verzoeker op 2 oktober 2011 in bewaring is gesteld en de LP-aanvraag met de wel aanwezige documenten is doorgezonden naar de Marokkaanse autoriteiten bestaat geen grond voor het oordeel dat verweerder in de periode tussen de inbewaringstelling en de sluiting van het onderzoek ter zitting op 12 oktober 2011 de uitzetting van verzoeker onvoldoende voortvarend ter hand heeft genomen. Was de rechtbank derhalve vóór de sluiting van het onderzoek op 12 oktober 2011 reeds bekend met het feit dat verweerder niet meer in het bezit was van kopieën van verzoekers paspoort en van eerder afgegeven laissez passers, dan zou dat niet tot een andere uitspraak kunnen hebben leiden. Het verzoek om herziening wordt om die reden afgewezen.

Rechters

Advocaten

  • W. Vrooman

Partijen

  • Minister voor Immigratie en Asiel

    verweerder · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.