Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2011:BU5863

Rechtbank 's-Gravenhage · 22-11-2011 · zaaknummer 10-43664

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Eiser is afkomstig uit Noord-Irak en legt aan zijn herhaalde aanvraag ten grondslag dat hij is bekeerd tot christen. De rechtbank is van oordeel dat eiser zijn doop en bekering tot het christelijk geloof voldoende heeft aangetoond om als nieuw feit te kunnen aanmerken. Eiser heeft immers ter onderbouwing van zijn bekering een originele doopakte aan verweerder en aan de rechtbank getoond. Mede gezien de diverse verklaringen – in en buiten rechte - van getuigen die bij de doop aanwezig zijn geweest, is er geen reden om te twijfelen aan de authenticiteit daarvan. Dat eiser tijdens het gehoor niet alle gestelde vragen over het christelijk geloof heeft kunnen beantwoorden, kan er niet afdoen dat aangetoond is dat eiser is gedoopt en kennelijk praktiserend christen is geworden. De rechtbank verwijst in dat verband naar de uitspraak van de AbRS van 23 september 2003, 200302654/1 (LJN: AM2446) waarin is geoordeeld dat verweerder zijn oordeel omtrent de onaannemelijkheid van gestelde bekering niet overwegend heeft mogen laten afhangen van een beoordeling van de mate van juistheid waarmee de gestelde zeer feitelijke vragen zijn beantwoord, nu zulks op zichzelf geen uitsluitsel biedt over de geloofsbeleving. Volgens het beleid worden christenen uit Irak aangemerkt als kwetsbare minderheidsgroep die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning asiel indien met op zich zelf beperkte indidividuele indicaties aannemelijk is gemaakt dat een dreigende schending van artikel 3 EVRM aanwezig is. Nu het asielrelaas van eiser ongeloofwaardig is bevonden, heeft eiser op zich niet aannemelijk gemaakt dat hij onder de reikwijdte van dit beleid valt. Gezien de door eiser aangevoerde omstandigheden waarin christenen in (Noord-) Irak zich bevinden, is echter niet op voorhand uitgesloten dat christenen in Irak behoren tot een groep die systematisch wordt blootgesteld aan onmenselijke behandelingen waardoor niet op voorhand is uitgesloten dat eiser reeds vanwege het behoren tot deze groep aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer naar Irak gegronde vrees heeft voor vervolging dan wel een reëel risico loopt op een met artikel 3 van het EVRM strijdige behandeling.

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.