ECLI:NL:RBSGR:2011:BU5206
Rechtbank 's-Gravenhage · 08-11-2011 · zaaknummer AWB 11 / 17436 & AWB 11 / 16378
Inhoudsindicatie
EU-burger; verblijfsbeëindiging; ongewenstverklaring Samenvatting: Eiser is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 4 jaren, voor deelname aan een criminele organisatie, inbraak, diefstal, skimmen en witwassen. De rechtbank is van oordeel dat het gedrag van eiser een actueel, werkelijk en voldoende ernstige bedreiging vormt voor een fundamenteel belang van de samenleving. Hierbij wordt zwaar gewicht toegekend aan het feit dat de gedragingen van eiser, zoals ook door de meervoudige (straf)kamer is overwogen, een ernstig feit opleveren, nu het vervalsen van bankpassen van consumenten die langs geautomatiseerde weg betalingen verrichten het vertrouwen van de consument en winkelier in het elektronisch betalingsverkeer ondermijnt en uiteindelijk kan leiden tot een ontwrichting van deze vorm van betalingsverkeer, hetgeen grote gevolgen kan hebben op zowel het persoonlijke als zakelijke vlak. Daarbij wordt aan de Nederlandse banken hierdoor een grote financiële schade toegebracht. De enkele stelling van eiser, dat hij zich voorbeeldig heeft gedragen tijdens zijn detentie en hij door de detentie, de stabiele relatie met zijn partner en de geboorte van zijn zoon is veranderd en zich niet meer in het criminele circuit wil begeven, is onvoldoende om tot een ander oordeel te komen. Eisers beroep op artikel 8 EVRM slaagt niet. Gelet op de aard en ernst van de aan eiser verweten gedragingen, die een ernstig feit opleveren, heeft verweerder hieraan een groot gewicht kunnen toekennen, evenals aan het feit dat sprake is van recidive. Niet is gebleken van een dusdanig lang rechtmatig verblijf in Nederland, dat hieraan groot gewicht zou moeten worden toegekend. Eisers stelling, dat hij en zijn partner geen signaal meer hebben ontvangen dat eiser daadwerkelijk ongewenst zou worden verklaard, volgt de rechtbank dan ook niet, evenmin als de stelling dat op het moment dat eiser en zijn partner ervoor kozen een kindje te krijgen, het hen weliswaar duidelijk was dat eiser strafrechtelijk was veroordeeld, maar dat dit niet betekent dat zij ervan konden uitgaan dat eiser ongewenst zou worden verklaard. Eisers stelling dat hij sinds zijn veroordeling niet meer in aanraking is geweest met politie of justitie behoefde verweerder niet tot een ander oordeel te leiden. Verweerder heeft daarbij gewicht mogen toekennen aan de aard en ernst van de door eiser gepleegde misdrijven en het feit dat sprake is van recidive, en dat eiser een aanmerkelijk deel van deze periode in detentie heeft doorgebracht. Verder heeft verweerder terecht geconcludeerd dat niet is gebleken dat eisers partner en zoon eiser niet kunnen volgen naar Roemenië.
Rechters
Advocaten
- A. van Luyck
- K.E. van der Lugt
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
