Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2011:BU4690

Rechtbank 's-Gravenhage · 26-10-2011 · zaaknummer 401885 FA RK 11-6722

Civiel recht; Personen- en familierechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Internationale kinderontvoering Nadat het gerechtshof 's-Gravenhage op 23 februari 2011 (LJN: BR0262) de beslissing van de rechtbank d.d. 25 maart 2010, waarbij de moeder toestemming is verleend om met de minderjarigen naar Spanje te verhuizen heeft vernietigd, heeft de vader de minderjarigen op 28 februari 2011 zonder toestemming van de moeder met zich meegenomen naar Nederland. De moeder vraagt teruggeleiding van de minderjarigen naar Spanje, alwaar zij sinds eind maart 2010 met de minderjarigen gevestigd was. Vanaf het verblijf van de minderjarigen in Spanje werd uitvoering gegeven aan een contactregeling tussen de vader en de minderjarigen, welke regeling plaats had in Spanje en in Nederland. In geschil tussen partijen is of de minderjarigen op het moment van de overbrenging van de minderjarigen door de vader naar Nederland, de gewone verblijfplaats hadden in Spanje dan wel in Nederland. Tijdens de regiezitting bestond niet bij partijen de bereidheid tot mediation. Wel hebben partijen een overeenkomst gesloten waarbij -kort samengevat- is vastgesteld dat de minderjarigen in Nederland blijven, zulks totdat onherroepelijk is beslist op het teruggeleidingsverzoek. Gedurende die periode in Nederland zullen de ouders de zorg over de minderjarigen bij helfte delen en geldt een ruime contactregeling van de moeder met de minderjarigen. De vaststellingsovereenkomst is aan de tussenbeschikking gehecht, en de zaak is vervolgens verwezen naar de meervoudige kamer. ( Zie ook LJN: BU4684) Bij eindbeschikking heeft de meervoudige kamer van de rechtbank geoordeeld dat de minderjarigen, gelet op de bij de moeder, die steeds de hoofdverzorgster is geweest, aanwezige intentie om te verhuizen, hun daadwerkelijke integratie in Spanje alsmede de duur van hun verblijf aldaar (ruim elf maanden, zijnde bijna een kwart van het leven van de oudste minderjarige en bijna een derde van het leven van de jongste minderjarige) hun gewone verblijfplaats in Spanje hebben verkregen, zeker nu Spanje voor hen tevoren reeds volkomen vertrouwd was. De tijd die de minderjarigen in de periode van eind maart 2010 tot 28 februari 2011 in het kader van het contact met hun vader in Nederland hebben doorgebracht maakt dit niet anders, nu het centrum van hun bestaan vanaf de verhuizing naar Spanje eind maart 2010 in dat land was gelegen. Volgens de rechtbank maakt de beschikking van het hof van 23 februari 2011 het vorenstaande niet anders, nu het hof in zijn beschikking in het midden heeft gelaten of de minderjarigen hun hoofdverblijfplaats (in de toekomst) in Spanje of in Nederland zullen hebben, en dit geschil tussen partijen dient te worden beslecht in de nog lopende echtscheidingsprocedure (zo mogelijk door partijen vastgelegd in een ouderschapsplan). Het hof heeft uitdrukkelijk niet bepaald dat de minderjarigen moesten worden teruggeleid naar Nederland. Het eigenmachtig optreden van de vader op 28 februari 2011 kan daarmee niet door de beschikking van het hof worden gerechtvaardigd. Het beroep van de vader op de weigeringsgronden van artikel 13, lid 1 sub a en b, en artikel 20 van het HKOV wordt door de rechtbank verworpen.

Rechters

In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.