Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2011:BU4308

Rechtbank 's-Gravenhage · 07-11-2011 · zaaknummer AWB 11/14474

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Trefwooorden: Intrekking besluit; conversie naar beroep niet tijdig beslissen; nieuwe beslistermijn artikel 42, eerste lid, Vw 2000; artikel 83 Vw 2000; EHRM Sufi/Elmi. Samenvatting: Als gevolg van de intrekking van het bestreden besluit doet zich volgens eiseres de situatie voor dat verweerder niet tijdig heeft beslist op de asielaanvraag. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat het bestreden besluit is ingetrokken naar aanleiding van feiten die pas in de beroepsfase zijn ingebracht. Dat zo zijnde, begint volgens verweerder na intrekking van dat besluit een nieuwe beslistermijn als bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de Vw 2000 te lopen en is er – strikt genomen – ook geen aanleiding om aan eiseres een proceskostenvergoeding te geven. Verweerder heeft ter onderbouwing van deze stelling verwezen naar een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 22 april 2004 (LJN: AO8328). De rechtbank heeft verweerder niet gevolgd in zijn standpunt. Eiseres heeft in de nadere gronden van het beroep van 16 september 2011 gewezen op het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 28 juni 2011 (Sufi en Elmi tegen het Verenigd Koninkrijk, nr. 32621/06, gepubliceerd op www.echr.coe.int/echr), ten aanzien van het tegenwerpen van een vestigingsalternatief in Zuid en Centraal Somalië aan Somaliërs uit Mogadishu, onder wie eiseres. Met het inroepen van dit arrest, hetgeen voor verweerder onweersproken de reden is geweest om het bestreden besluit in te trekken, is naar het oordeel van de rechtbank echter geen sprake van het inroepen in rechte van feiten en omstandigheden op de voet van artikel 83 van de Vw 2000. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, onder meer in haar uitspraak van 3 september 1999 in zaak no. E04.98.0182 (AB 2000, 362), kan een rechterlijke uitspraak op zichzelf immers niet worden aangemerkt als een nieuw gebleken feit of veranderde omstandigheid in vorenbedoelde zin. Daarbij komt dat – anders dan verweerder ter zitting heeft betoogd – geen sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden, in die zin dat (uit het arrest volgt dat) de veiligheidssituatie in Zuid- en Centraal-Somalië na het nemen van het bestreden besluit is verslechterd. Er is in dat arrest enkel sprake van een andere weging van de relevante feiten en omstandigheden dan verweerder tot dan toe had gedaan. Beroep gegrond, inclusief proceskostenveroordeling.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.