ECLI:NL:RBSGR:2011:BU3892
Rechtbank 's-Gravenhage · 08-11-2011 · zaaknummer 09-610126-10
Inhoudsindicatie
Vrijspraak. Niet bewezen kan worden dat het aan verdachtes schuld in de zin van art. 6 WVW 1994 te wijten is dat de fietser ten val is gekomen, zoals aan verdachte onder primair is tenlastegelegd, met de voor hemzelf en zijn naaste familieleden ernstige gevolgen. Ten aanzien van het subsidiair tenlastgelegde overweegt de rechtbank dat uit het dossier kan worden opgemaakt dat verdachte niet "als bestuurder van een voertuig (auto), daarmee rijdende op de weg", is opgetreden, zoals tenlastegelegd, aangezien hij enkel optrad als inzittende in een geparkeerde auto. Hierdoor kan een essentieel bestanddeel van het onder subsidiair tenlastgelegde niet worden bewezen zodat verdachte ook hiervan dient te worden vrijgesproken. Ten aanzien van het onder meer subsidiair tenlastgelegde verwijst de rechtbank naar hetgeen hiervoor onder primair is overwogen. Ook ten aanzien van artikel 308 Wetboek van Strafrecht geldt dat de aan verdachte te wijten schuld - ten minste - hierin bestaat dat aan verdachte kan worden verweten dat deze hoogst/aanmerkelijk/zeer onvoorzichtig dan wel onoplettend dan wel onachtzaam heeft gehandeld. Nu hiervan te dezen geen sprake is, volgt ook ten aanzien van dit (meer subsidiaire) feit vrijspraak
Advocaten
- N. Stolk
- R. van Geloven
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
