Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2011:BU3671

Rechtbank 's-Gravenhage · 03-11-2011 · zaaknummer 11/33499

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Eiseres wordt middels een claim in het kader van Vo (EG) 343/2003 uitgezet naar Zwitserland. Zoals de Afdeling heeft overwogen in de uitspraak van 8 september 2011 (LJN BT1933) volgt uit de bewoordingen van artikel 3, derde lid, van de Terugkeerrichtlijn dat alleen sprake is van terugkeer in de zin van de richtlijn indien een vreemdeling, vrijwillig of gedwongen, terugkeert naar een land dat geen lid is van de Europese Unie. Deze lezing wordt bevestigd door de tekst van punt 7 van de considerans, waaruit volgt dat ‘communautaire of bilaterale overnameovereenkomsten of andere regelingen’ in het tweede streepje van artikel 3, derde lid, betrekking heeft op derde landen. Nu eiseres zal terugkeren naar Zwitserland, dat geen lid is van de Europese Unie, is sprake van terugkeer in de zin van de Terugkeerrichtlijn en is deze richtlijn, anders dan verweerder ter zitting heeft gesteld, derhalve van toepassing. De tekst van punt 29 van de considerans biedt geen grond voor een ander oordeel. Bij besluit van 7 oktober 2011 heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen. In deze beschikking is gesteld dat op eiseres de verplichting rust om Nederland binnen vier weken te verlaten. Uit het proces-verbaal van het op 17 oktober 2011 om 16.45 uur gehouden verhoor als bedoeld in artikel 50 van de Vw 2000 blijkt dat in dat verhoor aan eiseres is medegedeeld dat de asielaanvraag van eiseres is afgewezen, dat zij Nederland moet verlaten, dat er een overdrachtakkoord is met de autoriteiten van Zwitserland en dat eiseres naar Zwitserland zal worden uitgezet. Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit dit proces-verbaal dat aan eiseres in ieder geval op dat moment en derhalve voorafgaand aan de op 17 oktober 2011 om 17.54 uur opgelegde maatregel van bewaring bekend is gemaakt dat aan haar een terugkeerverplichting was opgelegd en tegen haar derhalve een terugkeerprocedure loopt. Naar ter zitting door verweerder is toegelicht, is aan de omstandigheid dat eiseres is verdacht van een strafbaar feit groot gewicht toegekend om over te gaan tot inbewaringstelling. De rechtbank begrijpt deze toelichting aldus dat verweerder om die reden heeft besloten overeenkomstig artikel 8, tweede lid, gelezen in samenhang met artikel 7, vierde lid, van de Terugkeerrichtlijn om binnen de termijn van vier weken het in het besluit tot afwijzing van de asielaanvraag vervatte terugkeerbesluit uit te voeren omdat was gebleken dat eiseres een gevaar voor de openbare orde vormt. Naar het oordeel van de rechtbank kan artikel 62, vierde lid, van de Vw 2000 richtlijnconform worden uitgelegd in die zin dat verweerder daartoe bevoegd was.

Advocaten

  • E.M.M. Wantenaar
  • L.H. Weijer

Partijen

  • Minister voor Immigratie en Asiel

    verweerder · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.