ECLI:NL:RBSGR:2011:BT8791
Rechtbank 's-Gravenhage · 13-10-2011 · zaaknummer AWB 11/21157
Inhoudsindicatie
Trefwoorden: Afghanistan; art. 15, aanhef en onder c, Definitierichtlijn; beleid België Eiser heeft in het kader van artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn betoogd dat verweerder zich onvoldoende rekenschap heeft gegeven van het door België ten aanzien van asielzoekers uit Afghanistan op basis van de Definitierichtlijn gevoerde beleid. Voormeld betoog berust op de veronderstelling dat de Belgische autoriteiten Afghaanse asielzoekers op basis van artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn de status van subsidiaire bescherming toekennen. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit de stukken, waarin het door België gevoerde beleid is neergelegd, niet dat zich in (bepaalde delen van) Afghanistan de door het Hof in het arrest van 17 februari 2009 bedoelde uitzonderlijke situatie voordoet. Eiser heeft aldus niet aannemelijk gemaakt dat de Belgische autoriteiten de veiligheidssituatie in bepaalde delen van Afghanistan hebben gekwalificeerd als zijnde uitzonderlijk, als bedoeld in artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking dat aan de lidstaten, gelet op het bepaalde in artikel 3 van de Definitierichtlijn, de mogelijkheid is toegekend gunstiger normen vast te stellen ter bepaling van wie als voor subsidiaire bescherming in aanmerking komend persoon wordt erkend en België met voornoemd beleid van subsidiaire bescherming kennelijk boven de minimumnorm uitgaat.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
