ECLI:NL:RBSGR:2011:BT8308
Rechtbank 's-Gravenhage · 05-10-2011 · zaaknummer 11/29313
Inhoudsindicatie
3 EVRM,bewijs,onderzoeksplicht,artikel 3.109, lid 5, Vb 2000 Tav 3 EVRM. Verzoekers verklaringen over het ontstaan van de littekens alsmede de littekens zelf heeft verweerder niet hoeven aanmerken als een begin van bewijs. In de zienswijze heeft verzoeker aangegeven dat hij tot dan nog geen arts over zijn littekens heeft kunnen raadplegen. Niet is gebleken dat verzoeker in de periode tot aan de zitting een poging heeft gedaan voornoemd begin van bewijs te vergaren. Verweerder heeft zich, bij gebrek aan het begin van bewijs van de kant van verzoeker, terecht op het standpunt gesteld dat er geen verplichting voor hem bestond onderzoek te (laten) verrichten naar de littekens van verzoeker, ter beantwoording van de vraag of deze littekens verenigbaar zijn met verzoekers asielrelaas en zijn verklaringen op dit punt onderbouwen. Een dergelijke verplichting vloeit evenmin voort uit artikel 3.109, vijfde lid, van het Vb 2000, nu dit een procedurele bepaling betreft die als doel heeft de zorgvuldigheid van de asielprocedure te bevorderen.
Rechters
Advocaten
Partijen
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
