Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2011:BT2711

Rechtbank 's-Gravenhage · 07-09-2011 · zaaknummer AWB 11/14125 en AWB 11/14145

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Dat de overwegingen van het Hof in het arrest Zambrano niet van toepassing zouden zijn in zaken waarbij gezinsleden niet op exact dezelfde wijze als de kinderen Zambrano de nationaliteit van een lidstaat hebben verkregen, zoals verweerder in het bestreden besluit betoogt, is op geen enkele manier terug te vinden in het arrest zelf. De rechtbank volgt dit betoog van verweerder dan ook niet. Verweerder heeft ter zitting gesteld dat eiseres ook geen geslaagd beroep kan doen op het arrest Zambrano omdat de achterliggende feiten en omstandigheden in deze zaak niet identiek zijn aan die van het arrest Zambrano. De rechtbank volgt dit betoog van verweerder evenmin. Deze interpretatie van verweerder van het arrest Zambrano is niet terug te voeren op de overwegingen van het arrest zelf. Voor de uitleg van het begrip ‘te zijnen laste’ verwijst de rechtbank allereerst naar vaste rechtspraak van het Hof (onder meer het arrest van 18 januari 1984, 327/82, Ekro (punt 11), Jur. 1984, 00107 www.eur-lex.europa.eu) op basis waarvan het, met het oog op de eenvormige toepassing van het gemeenschapsrecht en het beginsel van gelijke behandeling, als algemene regel noodzakelijk is dat de termen van een gemeenschapsrechtelijke bepaling die voor de vaststelling van haar betekenis en draagwijdte niet uitdrukkelijk naar het recht van de lidstaten verwijst, in de gehele Gemeenschap autonoom en op eenvormige wijze worden uitgelegd, waarbij rekening moet worden gehouden met de context van de bepaling en met het doel van de betrokken regeling. Volgens de rechtspraak van het Hof (zaken 316/85, Lebon (punt 22), en C-1/05, Jia (punten 36-37)) vloeit de hoedanigheid van ‘ten laste komend’ familielid voort uit een feitelijke situatie, die wordt gekenmerkt door de omstandigheid dat het familielid materieel wordt gesteund door de EU-onderdaan of door diens echtgenoot/partner. De hoedanigheid van ten laste komend familielid veronderstelt niet een recht op levensonderhoud. De rechtbank is van oordeel dat uit voornoemde jurisprudentie van het Hof volgt dat de dochter van eiseres ten laste komt van eiseres. De rechtbank concludeert dat aan de dochter van eiseres het effectieve genot zal worden ontzegd van de belangrijkste aan haar status van burger van de Unie ontleende rechten, indien eiseres het recht wordt ontzegd in Nederland te verblijven. In beginsel zou eiseres op grond van artikel 20 van het VWEU rechten kunnen ontlenen aan het feit dat zij moeder is van een burger van de Unie. Nu eiseres rechten kan ontlenen aan communautaire bepalingen, dient de vraag in hoeverre deze rechten kunnen worden beperkt eveneens te worden beoordeeld volgens het recht van de EU. Door inzake de beperkingen van het verblijfsrecht van eiseres vanwege de openbare orde enkel uit te gaan van de uitgangspunten in het nationale recht, heeft verweerder blijk gegeven van een onjuist toetsingskader.

Advocaten

  • T.P.A. Weterings

Partijen

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.