ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9962
Rechtbank 's-Gravenhage · 24-06-2011 · zaaknummer 387554 - FA RK 11-1272
Inhoudsindicatie
Geschil ouderlijk gezag (ipr) Vader verzoekt een zorgregeling welke gelijk is aan een co-ouderschapsregeling vast te stellen. Moeder voert verweer en verzoekt zelfstandig toestemming om met de minderjarige te mogen verhuizen (mogelijk voor een onbepaalde periode naar het buitenland). Partijen (Nederlandse moeder en Franse vader, internationaal werkzaam, lang in het buitenland gewoond en gewerkt en sinds 10 maanden woonachtig in Nederland) zijn het niet eens over de bestaande gezagsverhouding. Volgens de moeder is sprake van haar eenhoofdig gezag (naar Nederland recht), volgens de vader is sprake van gezamenlijk gezag (naar Frans recht). De rechtbank komt op grond van art. 3 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag tot het oordeel dat de ex lege ontstane gezagsverhouding naar Frans recht voortbestaat, nu partijen er altijd vanuit zijn gegaan dat ten aanzien van de ontstane gezagsverhouding Frans recht gold, zij daarnaar steeds hebben geleefd, en zij zich over de mogelijkheid van het ontstaan van gezamenlijk gezag over de minderjarige (thans bijna 4 jaar oud), na de erkenning van de minderjarige naar Frans recht door de vader, uitvoerig hebben laten voorlichten, waaruit de rechtbank opmaakt dat het steeds in de bedoeling van partijen lag om gezamenlijk het gezag over de minderjarige uit te oefenen. De rechtbank verleent de moeder geen toestemming om met de minderjarige te verhuizen. Zij acht het niet in het belang van de minderjarige dat het kind met de moeder verhuist naar een thans nog onbekende bestemming (waarschijnlijk zal de moeder door haar werkgever worden uitgezonden naar Turkije, Senegal of Liberia, danwel naar een ander ontwikkelingsland buiten Europa), temeer daar ook nog de tijdspanne van het verblijf in het buitenland (in of buiten Europa), danwel elders in Nederland, onbekend is. De rechtbank weegt daarbij mee de leeftijd van de minderjarige (na de zomer gaat de minderjarige naar de basisschool), de talloze verhuizingen van de minderjarige sedert juli 2010 in Nederland, de verzorging en opvoeding van de minderjarige sedert zijn geboorte door een derde (een full time nanny, ivm de werkzaamheden van beide ouders), en het belang van de minderjarige bij structuur, continuïteit, stabiliteit en rust, zodat hij zich aan zijn omgeving kan gaan hechten en een band met de vader kan opbouwen, welk belang de rechtbank groter oordeelt dan het belang van de moeder op het maken, danwel behouden, van een internationale carrière. Voorts stelt de rechtbank een zorgregeling en een inforamtie- en consultatieregeling vast.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
- E.G.S.N. Asselbergs
- E.J. Kim-Meijer
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
