Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9932

Rechtbank 's-Gravenhage · 10-06-2011 · zaaknummer 10-33406

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Uit het bovenstaande volgt dat verweerder zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er ‘ernstige redenen’ bestaan om te veronderstellen dat eiser betrokken is geweest bij misdrijven als bedoeld in artikel 1(F), aanhef en onder a, Vluchtelingenverdrag. Nu sprake is van misdrijven tegen de menselijkheid, heeft verweerder zich - gelet op het beleid weergegeven onder 2.6 - voorts op goede gronden op het standpunt gesteld dat eiser betrokken is geweest bij misdrijven als bedoeld in artikel 1(F), aanhef en onder b en c, Vluchtelingenverdrag. Hieruit volgt dat verweerder gelet op het beleid, zoals neergelegd in A2/5 Vc, bevoegd was eiser ongewenst te verklaren. Vervolgens ligt ter beoordeling voor of verweerder in redelijkheid van zijn bevoegdheid tot ongewenstverklaring gebruik heeft kunnen maken. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in het onderhavige geval niet deugdelijk gemotiveerd dat het algemeen belang, zoals hierboven vermeld, zwaarder dient te wegen dan het recht van de kinderen op de uitoefening van hun gezinsleven en privéleven in Nederland. Voor dit oordeel is in de eerste plaats van belang dat in het geval van eiser en zijn gezin aan de intrekking van de verblijfsvergunning asiel en de ongewenstverklaring van eiser een langdurige periode van rechtmatig verblijf, te weten ruim tien jaar, vooraf is gegaan. In het bestreden besluit is deze omstandigheid niet kenbaar betrokken in de belangenafweging voor zover het betreft de belangen van de kinderen.. Mede gelet op de lange periode van rechtmatig verblijf, rijst de vraag of het verweerder nog vrijstond de kinderen van eiser voor de keuze te stellen - voor zover zij deze keuze al zelf kunnen maken – om hetzij eiser te volgen naar een derde land, hetzij zonder hem in Nederland te verblijven. Twee van de vier kinderen zijn in Nederland geboren en alle kinderen hebben het grootste gedeelte van hun leven in Nederland gewoond. Vertrek naar een derde land zou voor hen, mede gelet op de in Nederland opgebouwde banden, dan ook zeer ingrijpend zijn. Nu in het bestreden besluit deze omstandigheid niet kenbaar bij de beoordeling is betrokken, heeft verweerder geen blijk gegeven van een zorgvuldige en kenbare belangenafweging zoals deze op grond van artikel 8 EVRM vereist is. Voorts is zonder nadere motivering niet in te zien dat de lange periode van rechtmatige uitoefening van het gezinsleven in Nederland niet in de weg staat aan het ongewenst verklaren van eiser, met name gelet op de door eiser aangevoerde en hiervoor weergegeven belangen van de kinderen bij uitoefening van hun gezins- en privéleven in Nederland. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, heeft verweerder niet deugdelijk gemotiveerd waarom de ongewenstverklaring van eiser niet in strijd is met artikel 8 EVRM.

Advocaten

  • P.J.P. Dietz de Loos
  • R. Vink

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • de minister van Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de minister van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.