ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ9084
Rechtbank 's-Gravenhage · 23-06-2011 · zaaknummer AWB 11/19212
Inhoudsindicatie
Ten aanzien van het zicht op verwijdering naar Syrië heeft verweerder ter zitting aangegeven dat de verwijderingen naar Syrië per 25 mei 2011 zijn opgeschort maar dat dit heeft plaatsgevonden teneinde de situatie nader te kunnen beoordelen. Aangezien de situatie verslechterde, heeft verweerder bij schrijven van 15 juni 2011 aangegeven aanleiding te zien tot het instellen van een besluit- en vertrekmoratorium voor de duur van een half jaar. Eiser heeft zich onder verwijzing naar een e-mail van 8 juni 2011 van een fractiemedewerker Justitie, Immigratie & Asiel van de Socialistische Partij van de Tweede Kamer van de Staten-Generaal waarin wordt vermeld dat verweerder heeft besloten de uitzettingen naar Syrië op te schorten, op het standpunt gesteld dat de bewaring vanwege het ontbreken van zicht op uitzetting reeds met ingang van 8 juni 2011 onrechtmatig is te achten. De rechtbank is van oordeel dat op grond van het vorenstaande niet kan worden gezegd dat er tot aan de opheffing van de bewaring op 14 juni 2011 geen redelijk vooruitzicht op verwijdering heeft bestaan. Dat er sinds 25 mei 2011 feitelijk geen verwijderingen naar Syrië hebben plaatsgevonden, maakt het vorenstaande niet anders nu zij de opvatting van verweerder onderschrijft dat er tot 15 juni 2011 slechts sprake was van een belemmering van tijdelijke aard die eerst met ingang van 15 juni 2011 niet langer als een belemmering van tijdelijke aard kan worden gezien.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
