Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ8740

Rechtbank 's-Gravenhage · 10-06-2011 · zaaknummer Awb 11/15523 VRONTN/CM

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Nevenzittingsplaats Almelo, Awb 11/15523, Trefwoorden: Terugkeerrichtlijn, artikel 2, artikel 3, derde lid (land van doorreis), artikel 6, derde lid, toepassing Terugkeerrichtlijn bij Dublinclaimanten, vergelijking Opvangrichtlijn en Procedurerichtlijn, concepttekst Europese Commissie Dublinverordening, preambule 7 en 9. De rechtbank stelt vast dat de Dublinverordening niet als uitzondering in artikel 2, tweede lid, Terugkeerrichtlijn, is genoemd. De rechtbank is derhalve van oordeel dat de Terugkeerrichtlijn van toepassing is op Dublinclaimanten. In artikel 2, eerste lid, van de Terugkeerrichtlijn is bepaald dat deze richtlijn van toepassing is op illegaal op het grondgebied van een lidstaat verblijvende onderdanen van derde landen. Zogenoemde derdelanders die niet illegaal op het grondgebied van een lidstaat verblijven vallen derhalve niet onder de werking van de Terugkeerrichtlijn. De Procedurerichtlijn, evenals de Opvangrichtlijn, zijn richtlijnen die mede bepalend zijn voor de vraag of een persoon illegaal op het grondgebied verblijft. De rechtbank wijst hierbij op de considerans onder 9. van de Terugkeerrichtlijn. Niet is gesteld of gebleken dat de Dublinverordening relevant is voor de bepaling of een Dublinclaimant een derdelander is die niet illegaal op het grondgebied van een lidstaat verblijft. Reeds in zoverre gaat een vergelijking met de Dublinverordening niet op. Bovendien kunnen Dublinclaimanten die niet langer rechtmatig verblijf in Nederland hebben naar het oordeel van de rechtbank niet onder de Procedurerichtlijn of Opvangrichtlijn worden geschaard, nu deze Dublinclaimanten in Nederland geen asielprocedure (meer) hebben lopen en derhalve niet kunnen worden aangemerkt als asielzoeker. Voorts wordt verweerder niet gevolgd in zijn stelling, nu in de Dublinverordening zelf, in tegenstelling tot voornoemde richtlijnen, tot nu toe niets is geregeld ten aanzien van bewaring van Dublinclaimanten. Naar het oordeel van de rechtbank kan dan ook niet gesproken worden van een afzonderlijke rechtsregeling voor Dublinclaimanten. Het feit dat de Europese Commissie in haar concepttekst inzake het aanpassen van de Dublinverordening voornemens is een bepaling omtrent bewaring op te nemen, maakt dit niet anders. De rechtbank concludeert om die redenen dat de situatie van Dublinclaimanten op grond van artikel 2 van de Terugkeerrichtlijn onder de werkingssfeer van deze richtlijn valt. De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of overdracht aan een verantwoordelijk Dublinland een wijze van terugkeer is, zoals bepaald in artikel 3 van de Terugkeerrichtlijn, in het bijzonder artikel 3, derde lid, tweede streepje. De rechtbank ziet geen aanleiding te oordelen dat overdracht aan, in onderhavige zaak, België niet is aan te merken als terugkeer naar een land van doorreis. Mede gelet op het bepaalde in artikel 6, derde lid, van de Terugkeerrichtlijn is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken dat de Dublinverordening niet onder de in het voornoemde artikel ‘communautaire of bilaterale overnameovereenkomsten of andere regelingen’ zou kunnen vallen. De verwijzing naar de considerans onder 7. van de Terugkeerrichtlijn maakt dit niet anders. De in de considerans onder 7. geformuleerde opdracht strekt ertoe de lidstaten ertoe te zetten gezamenlijk of bilateraal afspraken te maken met derde landen ten aanzien van terugkeer. Dat hierbij niet is gewezen op het belang om dergelijke afspraken te maken tussen de lidstaten onderling is niet verwonderlijk, nu daarvoor reeds regelingen bestaan (zoals de Dublinverordening). Naar het oordeel van de rechtbank kan de considerans onder 7. daarom niet zo gelezen worden dat beoogd is de definitie van ‘terugkeer’ te beperken. Dat vóór de totstandkoming van de Terugkeerrichtlijn en vóór de totstandkoming van de Dublinverordening het Groenboek naast het onderwerp ‘terugkeer als een integrerend onderdeel van een algemeen communautair immigratie en asielbeleid’ ook het onderwerp ‘onderlinge afstemming en betere samenwerking tussen de lidstaten op het gebied van terugkeer’ is behandeld en bij het laatste onderwerp is ingegaan op de noodzaak van het ‘opstellen van een juridisch kader inzake een gemeenschappelijk overnamebeleid’, doet aan het hiervoor overwogene niets af. Hetzelfde geldt voor het feit dat de Europese Commissie in haar concepttekst inzake het aanpassen van de Dublinverordening voornemens is een bepaling omtrent bewaring op te nemen. Immers, de omstandigheid dat er een voornemen is geformuleerd om in de Dublinverordening bijzondere bepalingen op te nemen met betrekking tot de in bewaring stelling van Dublinclaimanten, betekent niet dat Dublinclaimanten thans reeds zijn uitgesloten van de toepasbaarheid van de Terugkeerichtlijn. De jurisprudentie waarnaar verweerder heeft verwezen, maakt het vorenstaande evenmin anders.

Rechters

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.