Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ8232

Rechtbank 's-Gravenhage · 19-04-2011 · zaaknummer AWB 09/1901 IB/PVV en AWB 09/1902 ZFWET

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Inkomstenbelasting. Administratie- en inlichtingenplicht. Omkering bewijslast. Vergrijpboete. Eiser bracht in 2003 een potentieverhogend middel op de markt dat werd aangeboden in de vorm van capsules. In 2004 deed de inspectie voor de volksgezondheid een inval bij eiser. De op dat moment aanwezige voorraad capsules werd in beslag werd genomen en eiser werd strafrechtelijk vervolgd wegens het vervaardigen en op de markt brengen van medicijnen zonder daarvoor bevoegd te zijn. Ter ontneming van wederrechtelijk behaald voordeel diende eiser aan de Staat een bedrag te betalen van € 855.000. Eind 2004 heeft eiser de merknaam, waaronder de capsules werden verhandeld, voor € 500.000 verkocht. Bij een boekenonderzoek constateerde verweerder dat eiser de verkoop van de merknaam niet als opbrengst had verantwoord en dat na vervaardiging, verkoop en inbeslagneming nog een grote hoeveelheid capsules ontbrak en eiser dus ook niet de volledige omzet had verantwoord. Verweerder heeft eiser een navorderingsaanslag opgelegd, waarvoor hij op basis van de gemiddelde verkoopprijs van de capsules de niet verantwoorde omzet heeft bepaald en de opbrengst van de merknaam tot de winst heeft gerekend. De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de onderneming werd gedreven voor rekening van een BV, dat eiser niet heeft voldaan aan zijn administratie- en inlichtingenplicht en een dusdanig groot bedrag aan omzet heeft verzwegen dat hij ook niet de vereiste aangifte heeft gedaan. Dit alles leidt tot omkering van de bewijslast. Vervolgens oordeelt de rechtbank dat niet is gebleken dat de navorderingsaanslag onjuist is en verweerder de omzet op een redelijke wijze heeft bepaald. Ter zake van het aan de Staat de betalen bedrag kan geen voorziening worden gevormd zolang niet vaststaat dat dit bedrag werkelijk zal worden betaald en eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat de verkoopprijs van de merknaam voor niet meer dan € 75.000 inbaar was. De rechtbank oordeelt verder dat aan eiser terecht een vergrijpboete is opgelegd en dat voor vermindering van de boete wegens overschrijding van de redelijke termijn geen aanleiding is omdat de termijnoverschrijding, door de houding van eiser in de bezwaarfase en in beroep, vooral aan eiser zelf te wijten is. Wel is het beroep uiteindelijk gegrond omdat verweerder zich nader op het standpunt heeft gesteld dat de omzetcorrectie moet worden verlaagd.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.