Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ7656

Rechtbank 's-Gravenhage · 08-06-2011 · zaaknummer 11-1734

Bestuursrecht; Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

discriminatieverbod artikel 9 Associatieovereenkomst, standstillbepaling, Besluit 1/80, inburgeringsplicht In lijn met de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 29 april 2010 (LJN BM 3843, C-92/07, JV 2010, 237 Europese Commissie vs. Nederland) is de rechtbank van oordeel dat het feit dat burgers van de Unie geen inburgeringsexamen hoeven te behalen om een duurzaam verblijfsrecht te krijgen, en Turkse staatsburgers wel, niet kan worden gerechtvaardigd op grond van de omstandigheid dat Turkse staatsburgers niet op even volledige wijze als burgers van de Unie in aanmerking komen voor het vrije verkeer van werknemers, de vrije vestiging of het vrije verrichten van diensten in de Unie. Nu er door verweerder geen rechtvaardiging is aangevoerd voor dit onderscheid, is dit onderscheid naar het oordeel van de rechtbank in strijd met de discriminatieverboden van artikel 9 Associatieovereenkomst en artikel 10, eerste lid, Besluit 1/80. Dat er, zoals verweerder stelt, geen sprake zou zijn van toegangsbelemmering, omdat eiser wel wordt toegelaten tot de arbeidsmarkt, volgt de rechtbank niet. In dit kader is van belang dat de rechten die artikel 6 van Besluit 1/80 verleent aan een Turkse werknemer die tot die legale arbeidsmarkt van een lidstaat behoort, geleidelijk worden uitgebreid op basis van de tijd die betrokkene legaal in de lidstaat werkt. Hieruit maakt de rechtbank op dat een lidstaat zich niet op het standpunt kan stellen dat “toelating” voldoende is, maar dat bij de beoordeling van het geschil in aanmerking dient te worden genomen van welke mate van toelating sprake is. Het bezit van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd houdt naar zijn aard een beperktere toelating tot de arbeidsmarkt in, dan een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd. Het uitblijven van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd wegens het niet behalen van het inburgeringsexamen kan leiden tot een slechtere positie op de arbeidsmarkt en een slechtere verblijfspositie van de vreemdeling. Nu de inburgeringsplicht tot stand is gekomen na 1 december 1980 en een beperking inhoudt met betrekking tot de toegang tot de arbeidsmarkt, geldt dat het opleggen van de inburgeringsplicht een maatregel is die in strijd is met de standstillbepaling van artikel 13 van Besluit 1/80.

Advocaten

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.