ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ6601
Rechtbank 's-Gravenhage · 19-05-2011 · zaaknummer AWB 11/14763
Inhoudsindicatie
Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat gesloten TBC op grond van verweerders beleid, neergelegd in paragraaf A4/7.7 van de Vc 2000, een uitzettingsbeletsel vormt, hetgeen tot gevolg heeft dat de bewaring vanwege het ontbreken van een reëel zicht op verwijdering binnen een redelijk termijn onrechtmatig is te achten. De rechtbank overweegt dat de hoofdregel is dat de uitzetting wordt opgeschort indien er sprake is van TBC, Dit is anders indien er sprake is van gesloten TBC en uitzetting kan plaatsvinden op grond van de verordening 343/2003 (Dublinverordening) dan wel overdracht zal plaatsvinden aan een bij de Dublinverordening aangesloten land waarmee een terug- en overname overeenkomst is gesloten en alwaar – kort gezegd – zijn behandeling op een vergelijkbare wijze kan worden voortgezet. Van zodanige overdracht is in het geval van eiser geen sprake nu hij zal worden uitgezet naar Marokko. Indien een betrokkene echter zijn medicatie weigert en er derhalve geen behandeling plaatsvindt, is er echter geen reden een betrokkene langer in Nederland te laten verblijven nu hij immers niet wenst te worden behandeld. De rechtbank overweegt verder dat uit de door eiser overgelegde medische gegevens blijkt dat eiser op 22 februari 2011, 8 maart 2011, 9 maart 2011, 9 april 2011 en 28 april 2011 heeft geweigerd zijn medicatie in te nemen. Gelet hierop heeft de rechtbank geen aanknopingspunten om te twijfelen aan de bij fax van 16 mei 2011 door verweerder gedane mededeling dat uit navraag bij medische dienst van het Detentiecentrum is gebleken dat eiser sinds 28 april 2011 structureel zijn medicatie weigert in te nemen. Mitsdien heeft verweerder zich naar het oordeel van de rechtbank op goede gronden op het standpunt gesteld dat eiser zich onttrekt aan de medische behandeling. Het vorenstaande laat echter onverlet dat eiser in de periode van 23 april 2011, zijnde de datum na sluiting van het onderzoek in de vorige beroepszaak, en 28 april 2011 kennelijk wel zijn medicatie gebruikte en verweerder mitsdien toen de bewaring op grond van het door hem gevoerde beleid had dienen te beëindigen. Derhalve acht de rechtbank de bewaring van eiser onrechtmatig en zal zij bepalen dat de bewaring van eiser met onmiddellijke ingang dient te worden opgeheven.
Rechters
Advocaten
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
