Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ6071

Rechtbank 's-Gravenhage · 25-05-2011 · zaaknummer 11/15787

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

De rechtbank stelt voorop dat de Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grond¬gebied verblijven (hierna: de Terugkeerrichtlijn) in onderhavige zaak van toepassing is. Verweerder heeft zich, onder verwijzing naar de “Mededeling implementatie Richtlijn 2008/115/EG over normen en procedures voor terugkeer onderdanen van derde landen” (Stcr. 2011 nr. 4082, 10 maart 2011), op het standpunt gesteld dat eiser ongewenst is verklaard en derhalve de Terugkeerrichtlijn niet op hem van toepassing is. De rechtbank volgt het standpunt van verweerder niet en verwijst hiertoe naar de uitspraak van deze rechtbank, nevenzittingsplaats Amsterdam, van 22 maart 2011 (LJN BQ1585) waarin is geoordeeld dat uit deze mededeling niet blijkt in welke bepalingen van de nationale wetgeving artikel 2, tweede lid, van de Terugkeerrichtlijn is geïmplementeerd. Nu in artikel 2, eerste lid, van de Terugkeerrichtlijn de werkingssfeer van de Terugkeer¬richtlijn voldoende duidelijk en onvoorwaardelijk is bepaald, kan eiser zich op de Terugkeerrichtlijn beroepen. Eiser heeft voorafgaand aan zijn inbewaringstelling verklaard dat hij twee kinderen heeft. Uit de door verweerder overgelegde stukken kan echter niet worden afgeleid hoe hij invulling gaf aan de relatie met zijn kinderen en welke zorgtaken hij in dat kader op zich nam. Eerst bij brief van 16 mei 2011 - dus na de inbewaringstelling van eiser - heeft eiser een brief van de directeur van de basisschool van zijn oudste dochter en een brief van een medewerker van het kinderdagverblijf van zijn jongste dochter overgelegd, waarin staat vermeld dat eiser op adequate wijze de zorg van zijn kinderen op zich neemt en zijn aanwezigheid van groot belang is voor de kinderen. Nu deze brieven eerst na de inbewaringstelling zijn overgelegd behoefde naar het oordeel van de rechtbank het besluit tot inbewaringstelling geen nadere motivering op dit punt. De rechtbank verwijst naar rechtsoverweging 2.3.1 van de hiervoor aangehaalde uitspraak van de Afdeling van 28 april 2011.

Rechters

Advocaten

Partijen

  • Minister voor Immigratie en Asiel

    verweerder · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.