ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ5795
Rechtbank 's-Gravenhage · 24-05-2011 · zaaknummer AWB 10 / 17671
Inhoudsindicatie
Asiel, aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor onbepaalde tijd, herhaalde aanvraag, identiteit, geen nova Eiser heeft, zoals ter zitting toegelicht, aan zijn herhaalde aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd ten grondslag gelegd dat hij zijn identiteit thans volledig kan onderbouwen. Eiser stelt zich op het standpunt dat de door hem bij de onderhavige aanvraag overgelegde stukken, die dateren van na het eerdere afwijzende besluit, niet eerder kon overleggen, aangezien hij ervan mocht uitgaan dat hij zijn identiteit met de stukken, overgelegd in de eerdere procedure, genoegzaam had aangetoond. De rechtbank stelt vast, zoals door de tolk ter zitting is bevestigd, dat de door eiser bij de onderhavige aanvraag overgelegde stukken dateren van na de uitspraak van deze rechtbank, nevenzittingsplaats Zwolle van 21 januari 2009, gewezen naar aanleiding van het door eiser in de eerdere procedure ingestelde beroep. De rechtbank is echter, anders dan eiser, van oordeel dat eiser deze stukken in de eerdere procedure kon en diende te overleggen. De rechtbank volgt eiser derhalve niet in zijn stelling dat hij ervan mocht uitgaan dat hij met de in de eerdere procedure overgelegde stukken zijn identiteit genoegzaam had aangetoond. Daartoe overweegt de rechtbank dat, zoals uit de onder rechtsoverweging 2.1 opgenomen feiten volgt, eiser (in elk geval) reeds vanaf 22 augustus 2007 bekend is met de resultaten van het dacty-onderzoek uit Italië en ter weerlegging daarvan (onder meer) meermalen een Iraakse identiteitskaart heeft overgelegd waarvan na onderzoek (al dan niet met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid) is vastgesteld dat het geen authentiek document betreft. Dat eiser niet eerder dan na de uitspraak van de rechtbank, nevenzittingsplaats Zwolle van 21 januari 2009 diende te begrijpen dat hij zijn identiteit niet genoegzaam had aangetoond, volgt de rechtbank dan ook niet. De verklaring van de Iraakse Ambassade van 27 mei 2008 maakt dat, gelet op hetgeen de rechtbank in genoemde uitspraak van 21 januari 2009 daaromtrent heeft overwogen, niet anders. Uit het voorgaande volgt dat de door eiser aan zijn herhaalde aanvraag ten grondslag gelegde stukken niet aangemerkt kunnen worden als nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. De rechtbank komt daarom niet toe aan toetsing van het bestreden besluit. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
- A.M. De Wit
- R.C. van den Berg
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
