ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ4770
Rechtbank 's-Gravenhage · 11-05-2011 · zaaknummer 09/758038-09 en 01/850990-08 en 99-000047-39
Inhoudsindicatie
Beslissing op de vordering tot het achterwege blijven van de voorwaardelijke invrijheidstelling (artikel 15d Wetboek van Strafrecht). De vordering van de officier van justitie rust op twee pijlers: (1) de ontvluchting van de veroordeelde uit de penitentiaire inrichting, en (2) zijn weigering mee te werken aan het opmaken van een reclasseringsadvies. Ad 1: Blijkens de Aanwijzing voorwaardelijke invrijheidstelling vormt een kale ontvluchting - i.e. een ontvluchting waarbij geen geweld is gebruikt - indien deze zoals in dit geval plaatsvindt vanuit een zeer beperkt beveiligde inrichting, in beginsel geen grond voor uitstel of afstel van de voorwaardelijke invrijheidstelling. Dit is alleen anders, als van een meervoud aan (pogingen tot) ontvluchting of van andere bijzondere omstandigheden sprake is. Hiervan is in dit geval niet gebleken. Dit betekent, dat de vordering, voor zover hieraan de onttrekking ten grondslag is gelegd, moet worden afgewezen. Ad 2: Niet gebleken is dat de veroordeelde is geïnformeerd over het voornemen om een bijzondere voorwaarde aan de voorwaardelijke invrijheidstelling te verbinden of over de consequenties van een weigering mee te werken aan het opstellen van een reclasseringsrapportage. Daar komt bij, dat de directeur van de penitentiaire inrichting waar de veroordeelde verbleef blijkens zijn v.i.-advies het stellen van bijzondere voorwaarden niet nodig heeft geacht. Bovendien bevond de veroordeelde zich in het kader van de fasering van zijn detentie in een zeer beperkt beveiligde inrichting, als gevolg waarvan het stellen van bijzondere voorwaarden gedurende de v.i.-periode blijkens de wetsgeschiedenis in beginsel niet nodig of zinvol is. Het had in de rede gelegen om de veroordeelde van een voornemen dat niet alleen zeer verstrekkend is, maar ook nog eens contrair aan het zwaarwegende advies van de directeur van de inrichting en aan de bedoeling van de wetgever, deugdelijk te informeren. Nu dit niet is gebeurd en nu vast staat dat dit vóór de datum waarop de voorwaardelijke invrijheidstelling is voorzien niet alsnog zal kunnen gebeuren, moet de vordering tot het achterwege blijven van de voorwaardelijke invrijheidstelling worden afgewezen.
Rechters
Advocaten
- J. Gravensteijn
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
