ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ0209
Rechtbank 's-Gravenhage · 18-03-2011 · zaaknummer 09-42835
Inhoudsindicatie
Eiser heeft voorts aangevoerd dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eisers relaas met betrekking tot de [naam groepering] positieve overtuigingskracht mist en dat een inhoudelijke beoordeling van het relaas daarom achterwege kon worden laten. Ter zitting heeft eiser de beroepsgrond aldus aangevuld dat de vrees van eiser voor de [naam groepering], voor zover deze ziet op wat hem bij terugkeer te wachten staat op basis van de geloofwaardig geachte feiten, inhoudelijk getoetst dient te worden. In verband met deze beroepsgrond overweegt de rechtbank als volgt. (…). Uit de weergegeven passages uit het voornemen en het besluit leidt de rechtbank af dat verweerder de door eiser tijdens de gehoren afgelegde verklaringen, dat de [naam groepering] naar zijn verblijfplaats is gekomen om jongens te ronselen en dat daarbij eisers naam is opgeschreven, niet ongeloofwaardig acht. Gelet hierop moet het ervoor worden gehouden dat deze verklaringen als vaststaand aangenomen feiten bij de beoordeling moeten worden betrokken. Daarnaast volgt uit de weergegeven passages van het voornemen en het besluit dat verweerder eisers subjectieve vrees voor de [naam groepering] die hij aan vorenstaande feiten ontleent niet geloofwaardig acht. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder eisers subjectieve vrees ten onrechte beoordeeld in het kader van de geloofwaardigheid. Voor dit oordeel is redengevend dat volgens de uitspraken van de Afdeling van 21 juli 2009 en 17 februari 2010 (200805962/1 en LJN: BL4556) de beoordeling van de vermoedens van de vreemdeling over wat hem bij terugkeer naar het land van herkomst te wachten staat, in casu de subjectieve vrees van eiser voor de [naam groepering], niet langer plaatsvindt in het kader van de beoordeling van de geloofwaardigheid van het asielrelaas, maar in het kader van de beoordeling of de als vaststaand aangenomen feiten en omstandigheden kwalificeren als rechtsgrond voor verlening van voormelde verblijfsvergunning. Beroep gegrond
Rechters
Advocaten
- R. Hijma
- T. Nauta
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de minister van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de minister van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
