ECLI:NL:RBSGR:2011:BQ0093
Rechtbank 's-Gravenhage · 04-04-2011 · zaaknummer 09/753476-10
Inhoudsindicatie
Verdachte heeft opzettelijk [X] om het leven gebracht en zich aldus schuldig gemaakt aan doodslag. [..] De rechtbank neemt in aanmerking dat verdachte geen inzicht toont in het strafwaardige karakter van zijn handelen en blijft benadrukken dat hem onrecht is aangedaan en hij in wezen juist heeft gereageerd. Dat hierbij een ander het leven heeft gelaten, heeft diegene in de ogen van verdachte in feite geheel aan zichzelf te wijten. De rechtbank oordeelt dat een dergelijke vorm van eigenrichting volstrekt ontoelaatbaar is. Los van de mogelijke achterliggende problematiek tussen verdachte en het slachtoffer, was verdachte niet gerechtigd om op deze manier op te treden. De rechtbank rekent verdachte zijn eigen handelen bijzonder ernstig aan. De rechtbank weegt in het voordeel van verdachte mee dat er - welke visie als hiervoor bedoeld ook de juiste moge zijn - sprake is van op zich gerechtvaardigde zelfverdediging die echter de grenzen van het toelaatbare aanzienlijk heeft overschreden. Gevangenisstraf van 8 jaar, met aftrek.
Advocaten
Officier van justitie
- K.E. van Tuijn
officier van justitie
Partijen
[benadeelde partij]
benadeelde partij · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
