ECLI:NL:RBSGR:2011:BP9838
Rechtbank 's-Gravenhage · 31-03-2011 · zaaknummer 09/32956
Inhoudsindicatie
Niet in geschil is dat door het National Security Court (NSC) op grote schaal misdrijven als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag zijn gepleegd. Uit eisers verklaringen kan de conclusie worden getrokken dat eiser van 1985 tot januari 1991 rechter is geweest bij het NSC. Dat eiser zich heeft vergist in de periode waarin hij heeft gewerkt voor het NSC is onaannemelijk. Het is niet aannemelijk dat eiser werkzaamheden als rechter heeft verricht toen hij majoor was. Het ligt meer voor de hand dat hij tot rechter werd benoemd toen hij kolonel was en betrouwbaar werd geacht. De door eiser overgelegde verklaringen van general [naam] en colonel [naam] geven geen aanleiding voor een ander oordeel. Het is niet aannemelijk dat sprake is geweest van communicatieproblemen met de tolken tijdens het eerste en het nader gehoor van 26 april 2006. De recht¬bank concludeert dan ook dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiser wist van de misdrijven die door het NSC zijn gepleegd en dat sprake is van persoonlijke deelname aan de door het NSC begane misdrijven. Op grond van artikel 83 van de Vw 2000 houdt de rechtbank bij de beoordeling van het beroep rekening met het, naar aanleiding van in beroep door eiser overgelegde documenten, alsnog door verweerder opgevraagde BMA-advies en de daarover door partijen ingenomen standpunten. Tussen partijen is thans niet in geschil dat eiser bij terugkeer naar zijn land van herkomst een reëel risico loopt op een behandeling als bedoeld in artikel 3 van het EVRM. Daardoor is de situatie ontstaan dat eiser op grond van de toepasbaarheid van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag geen verblijf in Nederland wordt toegestaan, maar in de huidige omstandigheden evenmin kan worden uitgezet. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser niet aan het duurzaamheidsvereiste voldoet. Nu niet is voldaan aan het duurzaamheidsvereiste, behoeft de vraag of de weigering eiser een verblijfs¬vergunning te verlenen disproportioneel is niet meer te worden beantwoord.
Advocaten
- M.M. Polman
- R.A.B. van Steijn
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
